"We praten steeds vaker over AI: wat het kan, hoe snel het verandert en hoe we het 'moeten' gebruiken. Maar zolang het doel onduidelijk is, blijft de inzet vrijblijvend. Juist dat doel maakt het verschil tussen experimenteren en professionaliseren.
We hebben AI… en nu?
De kernvraag is niet wat AI kan, maar hoe het zich voegt naar wat wij belangrijk vinden in onderwijs. Dat vraagt om een gezamenlijk beeld van wat AI kan overnemen en waar we menselijk handelen onmisbaar vinden.
Wanneer ik tijdens workshops bij Stichting Kolom vraag: 'Waar zou jij AI voor inzetten?', noemen docenten vaak dingen als ‘werkbladen maken’ of ‘teksten aanpassen voor het niveau van mijn leerlingen’. Veel docenten vinden het lastig om concreet te maken hoe AI hun onderwijspraktijk versterkt. Soms ontstaat het gevoel: ik moet er iets mee, zonder helder doel. Alleen dat gevoel van urgentie is geen stevige basis voor professionalisering.
Basiskennis is niet genoeg
Natuurlijk moeten docenten en leerlingen weten hoe ze effectief prompten, begrijpen dat AI fouten kan maken en weten wat er met data gebeurt. Dat hoort bij AI-geletterdheid. Maar daarmee is de vraag '…en nu?' nog niet beantwoord.
Hoe doen we dit normaal?
Bij andere digitale keuzes stellen scholen zich eerst vragen als: wat zijn onze wensen, past het bij onze visie, voldoet het aan de AVG en hoe sluit het aan bij onze doelgroep? Pas daarna wordt een besluit genomen.
Bij AI slaan we die stappen vaak over. Het is er gewoon, en dus voelen we druk om ermee te werken, mede doordat leerlingen het al gebruiken voor het schrijven van verslagen of het maken van hun huiswerk. Juist door eerst helder te krijgen waarvoor we AI willen inzetten, ontstaat ruimte voor professionalisering.
Een vacature voor AI
Een praktische manier om dat scherp te krijgen: stel met je team een vacature voor AI op. (De metafoor van de 'vacature voor AI' ontstond in gesprek met Hans Visser, mede AI-aanjager bij een onderwijsbestuur.) Welke taken kan AI overnemen, welke kennis is daarvoor nodig en waar liggen de grenzen?
Door AI te benaderen als een denkbeeldige collega wordt snel duidelijk welke plek technologie krijgt binnen jullie onderwijspraktijk en hoe dat past bij jullie visie en doelen.
In de praktijk krijgt AI vaak eerst administratieve taken: het schrijven van subsidieaanvragen, conceptverslagen of OPP’s – waarbij duidelijke afspraken over anonimiseren belangrijk zijn. Daarna volgen onderwijsgerichte taken, zoals het voorbereiden van lessen of het aanpassen van teksten naar niveau. En soms groeit AI zelfs uit tot een creatieve sparringpartner of software ontwikkelaar.
Van doel naar bewust handelen
Zodra het doel helder is, krijgt professionalisering meer betekenis. Docenten kunnen gericht leren hoe AI hen ondersteunt bij specifieke werkzaamheden. Scholing sluit beter aan bij de praktijk en levert daardoor meer energie en motivatie op.
Hoe meer ervaring er komt, hoe beter teams zien wat AI kan en waar de grenzen liggen. Dat leidt tot nieuwe ideeën en misschien een herziening van de “vacature”.
Professionaliseren met AI begint dus niet bij de technologie zelf, maar bij de vraag: waar willen we het voor gebruiken? Als dat beeld helder is, wordt scholing effectiever, groeit het inzicht in mogelijkheden en kan het team steeds bewuster en concreter met AI aan de slag. Zo wordt AI geen opgelegd instrument, maar een waardevolle collega die het onderwijs écht versterkt."
Jeroen Wit is bovenschoolse ICT'er van Stichting Kolom


Bezig met laden...
Reacties