Blog: Onderwijs in Oeganda, van theorie naar praktijk

Redacteur Tefke van Dijk ging naar Oeganda om scholen te bezoeken. Ze deelt haar ervaringen in deze blog. Klik op de foto's bovenaan voor grotere afbeeldingen. 

OnderwijsOeganda 

‘Experimenteren hoeft niet duur of ingewikkeld te zijn’

Tijdens de schoolbezoeken ontdekte ik al snel: in Oeganda ga je veertig tot zestig jaar terug in de tijd. In klassen van vijftig tot honderd leerlingen behandelen docenten op een krijtbord de stof die in de boeken staat. Het onderwijs is vooral theoretisch. Leerlingen leren de stof vanuit boeken, maken een toets en gaan door naar het volgende onderwerp. Weten ze dan echt hoe het zit of hoe iets werkt? Ik betwijfel het.

Edward Wolfs (70) van de stichting Experi-box denkt van niet. Als oud-docent is hij ervan overtuigd dat leerlingen meer leren als ze experimenteren. Op verschillende plaatsen in Oeganda traint hij al jaren bètadocenten in het doen van eenvoudige proefjes. Is dit praktische onderwijs haalbaar met beperkte (financiële) middelen en overvolle klassen? Ik ging mee naar Insula Christian High School in Kakuuto, Rakai. Edward komt nu voor de derde keer op deze school met een rugzak vol spullen om mee te experimenteren tijdens de sciencelessen.

Directeur Tonny Kiggundu (34) heeft de school tien jaar geleden opgericht en vertelt: ‘We zijn gestart met dertien kinderen, zittend op bakstenen met wat hout erop als banken. Drie jaar later kregen we ook slaapzalen. Bedden hadden we niet meteen, de kinderen sliepen op de grond.’ Het klinkt allemaal erbarmelijk, en ook nu zijn de faciliteiten nog steeds erg beperkt, maar dat lijkt de huidige 420 leerlingen niet uit te maken. Ze zijn dankbaar dat ze op deze vredige plaats mogen zijn en tonen die dankbaarheid graag.

Kosten van onderwijs

In Oeganda is basisonderwijs verplicht voor alle kinderen en zij hoeven in principe geen schoolgeld te betalen. In de praktijk zijn er echter veel scholen die van de ouders toch een financiële bijdrage vragen, zowel privéscholen als overheidsscholen. Middelbaar onderwijs is geen verplichting, maar steeds meer ouders zien het nut van voortgezet onderwijs. Geld is hierbij vaak een probleem. Op Insula Christian High School betalen circa 150 leerlingen 100.000 shilling (24 euro) per kwartaal voor het onderwijs en een warme maaltijd in de middag. Voor leerlingen die blijven slapen geldt een bijdrage van 350.000 shilling (84 euro) per drie maanden.

Insula is een relatief goedkope privéschool zonder winstoogmerk, benadrukt Tonny. ‘Sommige privéscholen vragen 1,2 miljoen shilling voor drie maanden. We houden de prijzen bewust laag omdat we willen dat ook kinderen uit arme gezinnen naar school gaan.’ De helft van zijn leerlingen wordt gesponsord door de organisatie Uganda Child Care Foundation (UCCF). Met het geld dat de school krijgt, kunnen ze het salaris van de leraren betalen (in schaal variërend van 300.000 tot 650.000 shilling per maand, 72 tot 156 euro).

Proefjes op school

Tijdens een reis in 2012 zag Edward dat het onderwijs in Oeganda vooral theoretisch is. ‘Leerlingen leren in een boek stapsgewijs hoe een lamp werkt en moeten dat kunnen reproduceren tijdens een toets. Ze hebben het nooit in de praktijk gezien. Moeten ze een lamp maken, dan hebben ze geen idee hoe ze dat moeten doen.’ Vanuit zijn achtergrond als leraar natuur- en scheikunde weet hij dat kennis blijft hangen als je ergens actief mee aan de slag gaat. ‘Dan gaat de lesstof niet het ene oor in en het andere oor uit. Daarom is het ook zo belangrijk dat je proefjes doet op school en experimenteert!’

Dat is echter niet de normale gang van zaken op Oegandese scholen. Deels heeft dat te maken met het gebrek aan middelen: experimenten zijn vaak duur. Edward is daarom Experi-boxen gaan maken: kleine houten doosjes met daarin eenvoudige materialen waarmee een school toch experimenten kan uitvoeren. Denk aan reageerbuisjes, een trechtertje en rubberslangetjes, maar ook led-lampjes, weerstandjes en ijzerdraad. ‘Het hoeft niet veel te kosten of ingewikkeld te zijn. Je kunt heel goed experimenteren met eenvoudige middelen.’

Twee keer per jaar reist hij met volle koffers af naar het land rond de evenaar om daar spullen te brengen en docenten te trainen in het doen van experimenten. Het is zijn grote droom om op verschillende plekken een zaadje planten om vervolgens te kijken wat er gebeurt. ‘De verzorging van de zaadjes en plantjes moeten de docenten zelf doen. Een enkeling pakt het niet op en dan houdt het voor mij ook snel op. Ik investeer er dan niet meer in, niet met geld maar ook niet met energie.’

‘Het begint allemaal met onderwijs’

 Schooldirecteur Tonny vindt goede scholing essentieel. ‘Mijn ouders zijn allebei overleden aan hiv/aids, mede door gebrek aan kennis. Mijn vader wist niets van de ziekte, terwijl hij gezondheidsinspecteur was. Als hij al van niets wist, hoe kunnen andere mensen daar dan iets van af weten? Het begint allemaal met onderwijs.” Voor Tonny was het de reden om er iets aan te willen doen. In 2015 hoorde hij over het project van Experi-box. De eerste keer dat Edward langskwam met een paar boxen was direct een goede ervaring. Tonny: ‘Ik vind het heel interessant om zo praktisch bezig te zijn met de lesstof. Door de praktische experimenten komen hoofd, hand en hart bij elkaar.’

Door een gebrek aan middelen blijft het voor Tonny lastig om de experimenten van Edward uit te voeren. ‘De groepen zijn nu te groot, dat kan helaas niet anders. Ik weet nog dat ik een keer iets liet zien in een klas en alle leerlingen het probeerden te volgen. Ze gingen op stoelen en banken staan om over elkaar heen te kijken. Dat is niet te doen. Ze moeten het eigenlijk zelf doen.’ Een laboratorium met water, gas, grote tafels, elektriciteit en enkele apparaten, waar leerlingen in kleine groepen kunnen werken, is dan ook zijn grote wens. ‘We kunnen dan iets demonstreren en de leerlingen kunnen het vervolgens zelf proberen.’

Het kwartje valt

Gelukkig blijkt dat de experimenteren ook prima kan zonder laboratorium. Als je het maar goed voorbereidt. Op de laatste dag van het driedaagse bezoek van Edward voeren de zes deelnemende docenten de geleerde experimenten uit met leerlingen. Niet voor een volle klas, maar in drie groepjes van acht leerlingen. In eerste instantie oefenen ze met chromatografie, meten van elektriciteit en luchtdruk en overdracht van energie. Gaandeweg pakken ze er steeds meer experimenten bij. De kwartjes lijken te vallen. De leerlingen zijn geboeid, zien vol bewondering wat er gebeurt, denken mee en maken driftig aantekeningen.

Ook de docenten genieten duidelijk van deze manier van lesgeven en denken na over experimenten die ze zelf kunnen uitwerken. Ze zien dat het werkt en dat het leuk is om met een kleine groep leerlingen te werken. Het zaadje is geplant. Het afscheid valt sommige docenten duidelijk zwaar. Nu moeten ze het alleen gaan doen. Gaat het ze lukken of blijkt de dagelijkse praktijk hardnekkig? Edward is hoopvol. ‘De cultuuromslag naar meer praktisch onderwijs vindt nu plaats in Oeganda, al zijn nog lang niet alle scholen zover.’

Respect voor de docenten

Terug in Nederland realiseer ik pas echt hoe gigantisch de verandering moet zijn voor Oegandese docenten. Hun onderwijsmethoden lopen veertig tot zestig jaar achter op de onze, dat is nogal wat. Tegelijkertijd weet ik ook dat ik met een Westerse bril naar de scholen kijk. Is het daar echt zoveel ‘slechter’? Goed, ik geloof in onderwijs waarbij leerlingen in kleine groepen actief aan de slag gaan met de lesstof en daarin hebben ze in Oeganda nog een flinke slag te maken. Als ik echter zie hoeveel respect leerlingen daar hebben voor hun docenten, dan denk ik ook dat we in Nederland zijn doorgeslagen naar de andere kant. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Tefke van Dijk

schrijfzolder.nl

 


Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief