Onderwijstechnologie gaat verder dan iemand een device in zijn handen stoppen

Iedereen zal er inmiddels van doordrongen zijn dat technologie in het klaslokaal de manier van leren verandert. Verschillende onderzoeken hebben echter uitgewezen dat meer technologie in de klas niet automatisch ook tot betere resultaten leidt. Onder andere de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en John Hattie, de gerenommeerde onderwijsprofessor, hebben verklaard dat meer technologie-uitgaven in het onderwijs niet gelijkstaat aan betere resultaten. Zij stellen dat zowel de manier van leren als het gebruik van technologie moet worden bezien in het grotere geheel en in samenhang met menselijke gedragingen. Of in mijn eigen woorden: ‘Onderwijstechnologie gaat verder dan iemand een device in zijn handen stoppen’.

Aan de andere kant weten we ook dat als de randvoorwaarden juist zijn ingevuld, dat technologie het leren aanzienlijk kan versnellen en verbeteren. Het uitwerken van een gedegen plan om de juiste context te scheppen is met andere woorden cruciaal en bepaalt in belangrijke mate het succes van scholen, leraren en leerlingen.  

Eerder dit jaar ondervroeg SMART Technologies wereldwijd bijna vijfhonderd bestuurders, schoolleiders en leraren uit de VS, China, de UK, Duitsland, Canada, Spanje en Nederland om de samenhang te onderzoeken tussen hun capaciteiten op het gebied van onderwijstechnologie (EdTech) en onderwijsresultaten. De deelnemers werd gevraagd om zichzelf te scoren op 22 capaciteiten ten aanzien van technologie in het onderwijs. Naast deze 22 capaciteiten, die zijn bepaald op basis van een uitgebreide literatuurstudie naar wereldwijd succesvolle technologietoepassingen in het onderwijs, werden de onderwijsresultaten gemeten. Dit gebeurde aan de hand van toetsscores, de mate waarin leerlingen klaar waren om de arbeidsmarkt te betreden en de tevredenheid van de leraar.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat scholen die meer bekwaam met technologie zijn, betere onderwijsresultaten kunnen overleggen. Wereldwijd hebben scholen een gemiddelde score in technologische ontwikkeling van 62 op een schaal van 100. Op 16 procent van de onderzochte scholen is sprake van significant betere onderwijsresultaten. Nadere bestudering van de onderzoeksuitkomsten laat zien dat deze scholen op een andere manier omgaan met technologie dan de de andere scholen.

De voorwaarden voor succesvolle technologietoepassingen in het onderwijs

Sommige van de 22 capaciteiten hebben een sterkere impact op schoolresultaten dan andere. De 16 procent scholen die duidelijk betere onderwijsresultaten behalen:

  • hebben een gedetailleerde visie en strategie op technologie in het onderwijs;
  • betrekken onderwijzers en studenten bij de plannen; en
  • evalueren regelmatig de effectiviteit van de toegepaste technologieën.

Een interessante uitkomst van het onderzoek is dat scholen met hoge en lage scores de 22 EdTech-capaciteiten verschillend prioriteren. De scholen die buitengewoon goed scoren, hechten meer belang aan een sterk leiderschap en een goede afstemming met alle betrokken partijen. Ook vinden zij de professionele ontwikkeling van de leraren belangrijk. Deze scholen gebruiken bovendien opvallend vaak software gericht op assessments, game-gebaseerd leren en samenwerking tussen leerlingen.

Technologie en samenwerkend leren

Een andere studie (Teaching, Technology and Learning: Understanding the Interconnection, 2016) toonde aan dat technologie helpt om betere onderzoeksresultaten  te boeken als het wordt ingezet in aanvulling op de bestaande lespraktijk. De belangrijkste conclusie van het onderzoek luidde dat uitstekend onderwijs en schoolmanagement gericht op samenwerkend leren, ondersteund met technologie in de klas tot de beste resultaten onder studenten leidt.

SMART’s wereldwijde onderzoek maakt inzichtelijk hoe technologie en samenwerkend leren het beste samengaan; de resultaten benadrukken de rol van de leraar als de onbezongen held die leerlingen beter laat presteren, terwijl het vooral de schoolleiding is die de voordelen van technologie in het kader van samenwerkend leren moet inbrengen.

Wat leert de studie ons?

Persoonlijk ben ik van mening dat succes in de klas valt of staat met geweldige leraren. Daarnaast zie ik ook dat de studie aantoont dat geweldige leraren vooral geweldige resultaten kunnen realiseren als ze de juiste ondersteuning hebben. Dat wil zeggen, technologie die aansluit bij hun manier van lesgeven en die gedragen wordt door de schoolleiding gebaseerd op professionele ontwikkeling en infrastructuur.

Hierbij helpt het als organisaties zoals SMART Technologies zoveel mogelijk samen optrekken met de scholen. Niet alleen tijdens het voortraject bij het opstellen van een gedegen plan of tijdens het implementatietraject, maar juist ook daarna. Als het gaat om de manier van lesgeven en hoe de technologie in de praktijk wordt gebruikt. De leveranciers kunnen de scholen zo beter helpen om met hun oplossingen het verschil te maken.

Het lijdt in ieder geen twijfel dat de juiste technologie, op de juiste manier toegepast, bijdraagt aan beter onderwijs en beter leren.

Jos Nennie, onderwijsadviseur bij SMART Technologies


Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief