Verkiezingen: lerarenopleiding, salaris en register

De rekentoets, de kwaliteit van de lerarenopleiding, kleinere klassen, passend onderwijs: het zijn stuk voor stuk hot items in de verkiezingscampagne 2017. Wat zijn de standpunten van de verschillende partijen over belangrijke onderwijsissues? Hierbij de standpunten van de partijen over de lerarenopleiding, onderwijscarrière, salaris en het lerarenregister.

De lerarenopleiding

Een actueel punt in deze verkiezingsstrijd is de kwaliteit op de lerarenopleiding. Veel partijen willen investeren in de lerarenopleidingen. De aandacht die er voor dit onderwerp is, verschilt per partij.

  • De VVD wil de toelatingseisen voor de pabo handhaven en voor basisscholen meer vakleerkrachten opleiden, bijvoorbeeld in ICT of Engels. De VVD wil dat scholen mee kunnen bepalen of een leerkracht in opleiding zijn diploma heeft verdiend. In het voortgezet onderwijs hebben alle leerkrachten bij voorkeur een master gevolgd.
  • D66 wil dat lerarenopleidingen scherpere toelatingseisen stellen op het gebied van motivatie en kennisniveau. Ook wil de partij dat de pabo’s en lerarenopleidingen een rol gaan spelen bij de ontwikkeling van leerkrachten die al voor de klas staan.
  • Het CDA wil dat de pabo aantrekkelijker wordt voor meesters door een specialisatie voor het oudere en het jongere kind in te voeren.
  • De PvdA wil dat de lerarenopleiding als tweede studie door de overheid wordt betaald.
  • De ChristenUnie wil meer meesters en leerkrachten uit minderheidsgroepen in het basisonderwijs. De pabo wordt beter ingericht voor vrouwen én mannen, door een grotere vrijheid in lesmethodes en onderwijspedagogiek, aldus de partij.

Onderwijscarrière en salaris

Veel partijen vinden dat de overheid meer moet investeren in leerkrachten. Zowel in de vorm van een betere beloning, als in het verminderen van de werkdruk. De wijze waarop over beloning en prestatie wordt gedacht, verschilt. 

  • D66 wil het onderwijs ‘teruggeven aan de leraar’. De partij wil de 20­uren norm in de wet en de begroting verankeren. De overheid moet ervoor zorgen dat leerkrachten meer tijd aan hun leerlingen kunnen besteden door de administratie­, regel­ en rapporteerdruk te verkleinen. Maar ook door te investeren in klassenassistenten en conciërges.
  • De VVD is van mening dat betere leerkrachten ook een betere beloning verdienen. leerkrachten moeten de mogelijkheid krijgen om zich te specialiseren. Door onderscheid in carrièrepaden mogelijk te maken, wordt het leraarschap aantrekkelijker. Tegelijkertijd wil de partij afscheid kunnen nemen van leerkrachten die ondermaats presteren.
  • De PvdA wil dat onderwijzend personeel goed wordt beloond. Prestatiebeloningen passen volgens de partij niet bij publiek onderwijs. Er moet ruimte komen in de cao’s om meer leerkrachten doorgroeimogelijkheden te geven naar een hogere schaal. Ook wil de PvdA de lestaak van leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs terugbrengen naar maximaal 20 uur.
  • De SP wil dat lonen voor onderwijspersoneel apart worden uitgekeerd, via een landelijke cao. Zo wordt voorkomen dat geld voor leerkrachten wordt gebruikt voor bijvoorbeeld kostbare prestigeprojecten. Bestuurders verdienen een salaris dat in redelijke verhouding staat tot dat van leerkrachten.
  • Het CDA wil dat leerkrachten zich volop kunnen focussen op hun kerntaken: lesgeven en leerlingen begeleiden. leerkrachten moeten de tijd krijgen om hun eigen lesmateriaal te ontwikkelen en lessen te evalueren.
  • De Partij voor de Dieren wil toewerken naar het Finse model, waarbij alle leerkrachten universitair geschoold zijn. Er wordt geïnvesteerd in opleiding en bijscholing van leerkrachten. leerkrachten krijgen het salaris dat past bij de ‘belangrijke taak die ze vervullen’.
  • De SP vindt dat goed onderwijs alleen kan gedijen in een klimaat waar leerkrachten tijd en ruimte hebben om lessen inhoudelijk goed voor te bereiden en leerlingen te ondersteunen. Het aantal lesuren voor leerkrachten in het voortgezet onderwijs wil de partij verlagen van 25 naar 20 uur per week.
  • GroenLinks wil de werkdruk voor leerkrachten verlagen en de salarissen verhogen. Scholen krijgen de mogelijkheid om lesuren voor leerkrachten te verminderen of extra ondersteuning te organiseren. leerkrachten krijgen betere opleidingen, meer begeleiding en bijscholing.

Het lerarenregister

Het lerarenregister is een veelbesproken middel om de kwaliteit in het onderwijs te waarborgen. Sommige partijen willen ervan af, andere omarmen het juist.

  • De VVD vindt dat leerkrachten zich gedurende hun gehele loopbaan moeten blijven bijscholen. Dit wordt door leerkrachten uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs zelf bijgehouden in het lerarenregister.
  • De SP wil meer vertrouwen geven aan leerkrachten en stoppen met de ‘oprukkende afrekencultuur’. De partij wil het lerarenregister in deze vorm afschaffen. In plaats daarvan wil de partij een door de beroepsgroep opgesteld register zonder ‘onnodige bureaucratie’. Onbevoegde leerkrachten dienen binnen twee jaar hun bevoegdheid te halen. In de bovenbouw van havo en vwo moeten zoveel mogelijk leerkrachten universitair geschoold zijn.
  • De PvdA is van mening dat leerkrachten hun expertise op peil moeten houden en moeten voldoen aan de voorwaarden van het lerarenregister.
  • D66 vindt dat een beroepsregister voor leerkrachten en bijscholing een verdere bijdrage levert aan de kwaliteit van het onderwijs.
  • De Libertarische Partij is een tegenstander van het centraal vaststellen van bekwaamheidseisen voor leerkrachten. Tijdens een sollicitatieprocedure kan een school zelf letten op de bekwaamheden van de kandidaten.

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief