Met de nieuwe kwalificatie-eisen voor burgerschap staan we aan de vooravond van een grote verandering in het burgerschapsonderwijs. Ik herinner mij de weerstand nog goed, met name van ROC bestuurders. Zij vonden dat het prima ging, want ze ontvingen weinig klachten. De verhalen van studenten waar ik mee werkte vertelden iets anders: te vaak waren lessen onvoldoende inhoudelijk of te theoretisch. Studenten wilden ervaren wat burgerschap betekent en merken hoe het voor hen relevant is zonder betutteld te worden met adviezen over hoe vaak je je tanden moet poetsen.
Ik zag ook goede docenten burgerschap het mbo verlaten, omdat ze het gebrek aan kwaliteit – vaak door onvoldoende uren en soms door collega’s die burgerschapsles geven er even bij deden – niet konden rijmen met hun beroepseer.
De grootste winst van de nieuwe kwalificatie-eisen zit ‘m in de inhoudelijke richting die ze bieden. Een sterk punt vind ik ook dat er telkens expliciet aandacht is voor verander-baarheid en handelingsperpectieven. Onze studenten denken namelijk nog wel eens dat hoe onze samenleving nu werkt een gegeven is. En het heeft geen zin om over burgerschap te leren als je niet ook invloed leert uitoefenen.
Toch zijn er ook wat fouten ingeslopen bij de expertgroep. Zo wordt solidariteit uitgewerkt als verdraagzaamheid, terwijl solidariteit in de kern gaat over je inzetten voor een ander (en niet over een ander slechts verdragen). Of dat vrijheid uitgewerkt zou moeten worden als vrijheid van meningsuiting (er zijn veel meer relevante democratische vrijheden) en autonomie (een synoniem voor vrijheid).
Een derde hardnekkig misverstand dat de expertgroep herhaalt gaat over gelijk-waardigheid. Zo stelt de expertgroep: “Gelijkwaardigheid voor de wet leidt niet direct tot gelijkwaardigheid in de praktijk.” En zouden studenten moeten leren om “een eigen standpunt in te nemen bij de balans tussen pluraliteit en gelijkwaardigheid.”
Gelijkwaardigheid is juist een onderliggend principe dat beschrijft hoe we ondanks onze verschillen (pluraliteit) toch van gelijke waarde zijn. Daarom hebben we dezelfde vrijheden en verdienen we in gelijke gevallen een gelijke behandeling. Er bestaat niet zoiets als gelijkwaardigheid voor de wet – dat moet gelijkheid voor de wet zijn.
Kortom, het rapport van de expertgroep creëert soms conceptuele verwarring. Dat is echt een risico bij de uitwerking van het rapport. En daar zit de echte uitdaging: goed burgerschapsonderwijs geven lukt alleen met uitgewerkte, concrete leerdoelen die passen bij de opleiding van je studenten. Methodemakers zijn ermee aan de slag, maar daarvan weten we ook ze moeite hebben met maatwerk leveren en soms controverse schuwen. Terwijl dát is wat nodig is om het voor je studenten echt relevant en levendig te maken. Het goede nieuws? Als je docent burgerschap bent, wordt er weer echt een beroep gedaan op je vakmanschap.
Bram Eidhof
Bram Eidhof is oprichter van bureau Common Ground en bouwt samen met scholen aan beter burgerschapsonderwijs.
Met workshops en trainingen, het ontwikkelen van nieuwe programma’s en door te strijden voor betere wetgeving.


Bezig met laden...