Vrijheid, de kern van het professioneel statuut

‘Het statuut volgt ons als school in plaats van andersom

‘Vrijheid. Dat is de kern van ons professioneel statuut’, vertelt Richard Klein. Richard was één van de bevlogen leraren op zijn school die bij de opstart van hun professioneel statuut betrokken was. ‘Het gaat om het samen willen opstellen van het onderwijsbeleid en daarover de dialoog aan gaan. Een statuut zelf verbetert het leraarschap immers niet, medewerkers die dit beleid samen bepalen en waarborgen wél.’

Op het Lumion in Amsterdam Nieuw-West waan ik me binnen bijna in het Guggenheim Museum met zijn  witte spiraalvormige trappen. Het Lumion is net de eerste Kunskapsskolan-partnerschool van Nederland geworden. De school heeft leerpleinen, verwonder-zalen en aan de muren hangen inspiratoren als Einstein, Dali en Pippi Langkous. De uitspraak van Pippi  ‘Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan’, past bij het karakter van deze school. Ruim voordat het in een wet stond, werd op deze school en zusterschool Calandlyceum dan ook al een professioneel statuut opgesteld. ‘Als je vrijheid wil waarborgen, zal je dit moeten vastleggen’, aldus Richard, naast leraar Science & Biologie ook voorzitter van de MR.

Vrijheid in implementatie

In een professioneel statuut geef je als school gezamenlijk invulling aan goed leraarschap. Je gaat samen het gesprek aan over wie waarvoor verantwoordelijk is en wat je van elkaar kunt verwachten. Het gaat dan om bijvoorbeeld vakinhoud, didactiek, pedagogiek en het bijhouden van de eigen bekwaamheid. ‘Geconcentreerd zou ons statuut op een A4-tje passen. Het is een levend document dat meegroeit met de praktijk en de toekomst. Het woord statuut klinkt als iets dat erg vastligt, maar zo werken we er niet mee. Wij zijn een organisatie waar je kunt meedenken over hoe het onderwijs wordt vormgeven. Het is vooral belangrijk dat op scholen dit gesprek wordt gevoerd. Daarvan is het statuut een weerslag. Dit verplicht stellen verbetert het leraarschap niet, maar medewerkers die samen het beleid bepalen wel. Daarbij volgt het statuut ons als school in plaats van andersom! Door die vrijheid voelen wij ons serieus genomen. Ons statuut zou ook niet voor elke school werken. Het kopiëren ervan is niet zinvol, want de hele essentie is juist de betrokkenheid, om het sámen willen opstellen van het onderwijsbeleid, om daar de dialoog over aan te gaan. Zelfs binnen onze eigen stichting wordt het statuut op verschillende manieren geïmplementeerd. Want ook dat is vrijheid. We voelen dat we het samen doen en op onze manier.’

Iedereen een stem

De wijze waarop het statuut tot stand is gekomen, geeft aan hoe het team op school denkt. Richard: ‘Iedereen is betrokken. We werken in een grote stichting en hebben samen bepaald hoe wij het onderwijs hier vormgeven. Dat is getrapt gegaan. We hebben het eerst uitgezet bij team- en afdelingsleiders en vanuit daar zijn we medewerkers gaan verzamelen voor de werkgroepen. Na een jaar met ongeveer 40 mede-werkers inspirerende denksessies te hebben gehouden, hebben we de inhoud van het statuut tijdens de jaarlijkse Progresso-dag gepresenteerd. Daar waren alle medewerkers aanwezig. Razende reporters gingen van groepje naar groepje om alle wensen en meningen te verzamelen. Aan de hand van die bevindingen is het statuut opgesteld. Ook de leerlingen zijn betrokken bij het statuut. Zij hebben een stem. We hebben een leerlingenraad en leerlingen in de MR. Het is bij ons vanzelfsprekend dat leerlingen overal bij betrokken worden. Zo zijn ze ook betrokken bij het aannamebeleid van nieuwe leraren. Na mijn proefles hier kwamen leerlingen naar mij toe om te vragen of ik hun meester wilde worden. Dat is het mooiste compliment dat je kunt krijgen!’

Facts & figures professioneel statuut

In het professioneel statuut zijn afspraken vastgelegd over zeggenschap en verantwoordelijkheid van leraren binnen de school. Het statuut is geen doel op zich: het gaat er om dat leraren en schoolleiding het gesprek voeren en samen bepalen wie waarvoor verantwoordelijk is. Dit is een continu proces dat per school verschillend kan worden ingevuld. De schoolleiding heeft hierin een faciliterende rol.

Afspraken kunnen gaan over bijvoorbeeld:

  • Inspraak op de inhoud van de lesstof.
  • Middelen die gebruikt worden voor de lessen.
  • Hoe de lesstof wordt aangeboden.
  • De pedagogisch didactische aanpak.
  • Begeleiding van leerlingen.
  • Contacten met ouders.
  • Teamscholing/professionalisering.

Uit een enquête van Panteia onder ruim 1800 leraren, 375 schoolleiders en 165 schoolbesturen uit het basis- en voortgezet onderwijs blijkt dat:

  • 56% van de leraren verwacht dat het professioneel statuut tot (meer) zeggenschap/professionele ruimte zal leiden doordat gemaakte afspraken zorgen voor draagvlak en betrokkenheid onder leraren.
  • Een kwart van de leraren weet dat er een professioneel statuut op de school zou moeten zijn. Iets vaker in het vo (34%) dan in het po (23%). Een groot deel van de leraren (57%) weet echter niet of er ook daadwerkelijk een professioneel statuut is opgesteld.
  • Schoolleiders/schoolbesturen melden vaker dan leraren dat er een professioneel statuut is opgesteld: 44% van de po-schoolleiders en 32% van de po-besturen stelt dat er een professioneel statuut is opgesteld. Dit geldt voor 57% van de vo-schoolleiders en 51% van de vo-schoolbesturen.

Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief