Is kunstmatige intelligentie een bedreiging of een aanleiding om opnieuw te bepalen waar onderwijs eigenlijk voor is? Onderwijskundige, schrijver en leraar Barend Last staat niet argwanend, maar nieuwsgierig tegenover AI. Niet omdat hij blind gelooft in technologie, maar omdat AI volgens hem een vergrootglas legt op een vraag in het onderwijs die we voor ons uitschuiven: waartoe zijn wij hier op aarde, wat verstaan we onder goed onderwijs?
Barend kent het onderwijs van binnenuit. Hij begon als leerkracht in het primair onderwijs, werkte als schoolleider en onderwijskundige en docent aan de universiteit, schreef meerdere boeken over onderwijs en technologie en staat inmiddels weer één dag per week voor groep 3.
Volgens hem neemt de kloof tussen docenten die dagelijks met AI werken en collega’s die het mijden, toe. Dat baart Barend zorgen: “AI is overal aanwezig, maar het gesprek erover wordt vaak eenzijdig gevoerd. In Nederland overheerst in de media een sfeer van voorzichtigheid, soms zelfs ‘pessimistische verlamming’: een term die digitaal antropologe Payal Arora gebruikt. Daarbij ligt een focus op risico’s, waarschuwingen en verboden, waardoor experiment en verwondering verdwijnen. Digitale geletterdheid gaat bij ons vooral over ‘pas op’.”
Barend vindt het bovendien opvallend dat iedereen verbaasd is over de vermeende daling van leesvaardigheden: “Maar over achterblijvende digitale geletterdheid maakt iedereen zich minder druk. Terwijl juist dat steeds bepalender wordt in hoe leerlingen leren, werken en meedoen.”
Hij ontkent de risico’s van AI niet, maar pleit voor een andere volgorde: eerst verwondering, dan reflectie. “Denk aan een kind dat samen met een chatbot een verhaal bedenkt. Dat kind denkt niet aan bias of dataveiligheid, maar aan het plezier van samen creëren. Dáár ligt het vertrekpunt. Alleen oog hebben voor de schaduwkant is kinderen tekortdoen. Voor veel leerlingen is technologie óók verbinding, wereldvergroting en vaardigheidsontwikkeling. Wie AI meteen als zondebok neerzet, mist het onderliggende probleem. De kernvraag is niet ‘wat kan AI?’ maar ‘wat is goed onderwijs?’.” Onderwijs heeft als opdracht kinderen op te leiden tot mensen die zich kunnen redden in
de samenleving, die zich kunnen ontplooien en zich leren verhouden tot anderen. “Maar de samenleving verandert steeds, dus de basis verandert mee.” Herijken vindt hij een noodzakelijke reflex. Kijk naar wetgeving, de samenleving en wat kinderen nodig hebben. AI heeft impact op samenleving én onderwijs, dus je kunt het niet wegdenken. “Dus vind ik het onethisch om kinderen níét voor te bereiden op een wereld waarin AI al overal is. Daarom de vraag ‘wat is goed onderwijs, en hoe past AI daar binnen?’.”
AI ziet hij niet als los thema: “We hebben meer talige vaardigheden nodig, omdat we in taal – gesproken en geschreven – in gesprek gaan met systemen. We hebben wiskundige vaardigheden nodig om te snappen dat AI niet ‘magisch’ is, maar gebouwd op modellen en waarschijnlijkheden. We hebben burgerschap nodig, omdat AI heel concrete maatschappelijke dilemma’s versnelt: denk aan het genereren en verspreiden van naaktbeelden. En we hebben digitale vaardigheden nodig om kritisch bewust en constructief nieuwsgierig met AI om te gaan. Tegelijk waarschuwt Barend dat technologie het zicht kan ontnemen op diepere problemen in het onderwijs: “Toetsing die al jaren onder druk staat. Motivatie die structureel wordt ondermijnd. Vroege selectie en systemen waarin kinderen vooral leren voor cijfers. AI heeft die problemen niet veroorzaakt, maar maakt ze wel zichtbaar.”
Het gaat om veranderen zonder de essentie te verliezen. Hij vergelijkt: “Videotheken bestaan niet meer, maar we kijken nog steeds films. De essentie blijft bestaan, de route ernaartoe verandert. Zo zie ik het onderwijs ook: leren blijft, maar bepaalde vormen sterven af en het nieuwe moet nog vorm krijgen. Dat maakt mensen angstig – zeker in een tijd waarin AI razendsnel ‘meegeleverd’ wordt.”
En dat ‘meegeleverd worden’ is belangrijk, zegt hij. “We hebben AI niet voor alles nodig. Maar als je iets googelt, krijg je steeds vaker automatisch een AI-
antwoord. De technologie wordt je opgedrongen, of je erom vraagt of niet. Dat dwingt scholen positie te kiezen: negeren kan niet, verbieden is zelden houdbaar. Dan rest de vraag: wat doen we met dit instrument, zónder onze pedagogische kern te verliezen?”
Pedagogische waarde als kern
Voor Barend staat die pedagogische waarde op één. “School is een ontmoetingsplaats waarin iets kan ontstaan dat je niet volledig vooraf kunt plannen.” Precies dat schuurt volgens hem met hoe onderwijs vaak is ingericht: te veel methodes, te veel protocol en dus te schraal. “Er ontstaat weinig ruimte om perspectieven te bespreken of om betekenis te maken van wat er gebeurt. Terwijl juist die momenten – een vraag uit de klas, een onverwachte wending, een discussie – onderwijs vormend maken.”
Daarom gebruikt hij AI bij voorkeur niet als antwoordmachine, maar als aanleiding om beter onderwijs te organiseren. De Napoleon-les is voor hem een voorbeeld. In plaats van alleen vertellen over Napoleon en daarna vragen maken, kun je met de klas vragen formuleren voor een digitale avatar van Napoleon. Die avatar antwoordt. “Daarna begint het pas: ‘Klopt wat het systeem zegt? Hoe weten we dat? En wie bepaalt eigenlijk wat “waar” is?’. Dan wordt AI een tool om de weg naar kennis en interactie anders in te richten – relevanter, aantrekkelijker, onderzoekender.
Barend benadrukt dat dit geen pleidooi is voor ‘AI overal’. Hij kiest kritisch bewust. “Het is belangrijk om af te wegen: kunnen we hier het beste AI gebruiken of is een andere didactische vorm beter? Soms is verkleden als Napoleon krachtiger dan een avatar. Soms maakt een digitale vorm juist iets mogelijk dat anders niet kan.”
Optimaliseren binnen het systeem
Barend is het fundamenteel oneens met hoe het onderwijs vaak is ingericht, maar hij is tegelijk realistisch: werkend in het huidige systeem moet je daarbinnen optimaliseren. Bij taal gebruikt hij een mix: boeken, wisbordjes, methodesoftware of YouTube-filmpjes. Soms maakt hij met AI een eenvoudige tool om letters te flitsen op het digibord. AI gebruikt hij ook bij lesvoorbereiding: feedback op zijn instructie, ideeën voor vragen, aandachtspunten. Bij rekenen en schrijven werkt hij ‘gewoon’ met pen en papier, maar ondersteunt hij waar nodig met digitale hulpmiddelen. Zo bouwde hij een appje om splitsen te visualiseren, omdat zijn leerlingen het zo beter begrepen.
Hij leest met de kinderen boeken, werkt met digitale prentenboeken en kan hij – als het past – iets animeren met AI. Zo schetsten zijn leerlingen niet-bestaande dieren, die hij met AI omzette naar een kunstwerk. Daarna bespreekt hij het: creativiteit, keuzes, wat ‘echt’ is en wat niet. En er wordt ook gewoon geknutseld. “AI is één van de instrumenten, niet het doel.”
Autonomie en motivatie
Een terugkerend punt bij Barend is autonome motivatie. Leerlingen die zelf kunnen kiezen –binnen kaders– maken andere keuzes dan leerlingen die in een systeem zitten waar autonomie structureel wordt gefrustreerd. In een systeem zonder autonomie kiezen kinderen sneller de weg van de minste weerstand, zeker als alles draait om cijfers en afvinken. Dan wordt AI al snel een snelle route naar ‘klaar’. “Etymologisch betekent onderwijs ‘de weg wijzen en ondersteuning bieden. Dat betekent: wel kaders, structuur en verwachtingen, maar ook ruimte om een eigen route te leren kiezen. Daar past AI bij, mits het in dienst staat van dat leerproces.”

Bij de inbedding van AI houdt Barend drie perspectieven naast elkaar: onderwijs met AI (AI als steiger en ondersteuning), onderwijs over AI (AI als onderwerp in het curriculum) en onderwijs verstoord door AI (AI die leren in de weg zit). Die laatste is reëel: een kind dat een fout AI-antwoord niet kan beoordelen, raakt de weg kwijt. “Daar zit nog een crux: hoe technologie zichzelf presenteert. ChatGPT en AI-samenvattingen zijn ontworpen om het makkelijk te maken. Die ‘makkelijkheid’ beïnvloedt gedrag. Motivatie en doel staan dus in wisselwerking met de techniek. Wie dat negeert, overschat de autonomie van de gebruiker en onderschat het ontwerp van de tool.”
Drie manieren om AI te gebruiken
Barend onderscheidt drie invalshoeken voor het gebruik van AI in onderwijs. Die vormen samen een praktisch én filosofisch kader.
• Sneller tot dezelfde bestemming. AI kan taken verlichten, zoals het schrijven van een e-mail, het voorbereiden van een les of het maken van een eerste samenvatting. “Zoals een e-bike je sneller ergens brengt.”
• Tijdwinst, zodat je iets anders kunt doen. Tijdwinst door AI kan ruimte geven om ergens anders mee bezig te gaan. We doen nu eenmaal veel routineuze, betekenisloze taken op een dag. Die kunt je prima delegeren.
• Verder komen dan voorheen mogelijk was. AI verrijkend gebruiken door dieper in iets duiken. Oftewel: met je e-bike naar nieuwe, nog nooit ontdekte bestemmingen reizen.
Voor wie nog aan het begin staat, heeft Barend een simpel advies: begin bij de chatbot zelf. “Zeg gewoon: ik heb geen idee wat ik met jou moet. Kun je me helpen? Help me eens om een goede vraag te formuleren.” In die wisselwerking ontstaat inzicht, niet door denken uit te besteden, maar door het te versterken
Reacties