“’Six, seven’, juf, je zei het! Je bent ineens nog hipper!” Dat laatste wordt vooral genoemd vanwege mijn juist niet al te hip zijn en tóch proberen dat soms wel te zijn. Om een beetje te kunnen meepraten zullen we maar zeggen. Het woord ‘hip’ gebruiken ze zelf doorgaans nooit, maar ik gooi het nog wel eens in de groep. Ik schaar het dan maar onder woordenschatuitbreiding.
Niet hip staat natuurlijk los van (eigen) ontwikkeling, nieuwe dingen uitproberen, kennismaken met nieuwe tools en dan uiteindelijk bekijken of de nieuw verworven (ook een leuk woord 😉) kennis en kunde kunnen meewerken aan het leren, de doelstellingen die we onze leerlingen voorleggen. Zo blijkt het goed te werken om kinderen in dat laatste te laten meedenken. Wat wil je leren? Wat beheers je? Wanneer voelt je taak als werkverschaffing en wat kunnen we als oplossing bieden? Wie gaat je af en toe aanmoedigen? Allemaal vragen die tijdens een kindgesprek kunnen passeren.
Noem het innovatie in didactiek, gericht op actieve deelname en differentiatie, maar mijn advies is: zie vooral het kind. Waar het ene kind met gemak antwoorden op leervragen kan geven, vindt de ander het moeilijk om iets te bedenken, laat staan de zaken onder woorden te brengen. Of het nu (meteen) lukt of niet: belangrijk is dat het leren van de leerling serieus genomen wordt. Door de leerkracht, maar juist ook de leerling zelf door eigen doelen te stellen, te vertellen wat je denkt nodig te hebben, et cetera.
Toch kan wat op papier staat en in een gesprek besproken wordt zomaar een andere wending krijgen. De realiteit is grillig; als leerling ineens les krijgen via een scherm, een paar dagen vrij zijn door sneeuwval, een medeleerling die je een vervelende pauze bezorgt en zo zijn er wel meer zaken die de aandacht vragen van een leerling. Hoe heerlijk is het dan wanneer de leerkracht op dat moment weer de leiding pakt en aangeeft wat er geleerd gaat worden.
Flexibel meebewegen en in contact blijven, individueel en tijdens groepsmomenten. Het eerlijke verhaal is dat we niet elke dag tijd hebben voor gesprekken met onze schatten die we voor onze neus hebben. Een dagelijks kort groepsmoment plannen voor evaluatie en vooruitkijken wil dan wel eens uitkomst bieden. Werkvorm inzetten om iedereen betrokken te houden is een must, want er zijn altijd leerlingen die al bijna de deur uit willen lopen.
En dan wil het ineens gebeuren dat je aan het eind van de dag ineens lichtelijk in paniek roept dat er nog maar 6,7 minuten zijn om na te praten. En nadat iedereen weer bekomen is en de juf blij is dat ze nog een beetje meedoet gaat de bel. ‘Doen we morgen weer juf, zo’n evaluatie!’
@_jufb_


Bezig met laden...
Reacties