Psychische stoornissen zijn niet te zien op hersenscans: dat was een van de boodschappen van adjunct-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen Laura Batstra tijdens de Mulock Houwer-lezing. Ze vindt het onbegrijpelijk dat deze misinformatie nog steeds als waarheid verspreid wordt en pleit voor een andere bril, die niet kijkt naar wat er mis is met het kind, maar hoe de onderwijscontext zo ingericht kan worden dat de meeste kinderen mee kunnen doen.
Laura Batstra gaf deze lezing tweede helft van vorig jaar op uitnodiging van Nederlands Jeugdinstituut, Defence for Children, Pro Juventute en de Canon zorg voor jeugd. Middels deze lezing willen de organisatorische partijen meer aandacht geven aan het werk en de betekenis van vernieuwers en invloedrijke denkers en doeners uit de geschiedenis van de jeugdzorg.
“Vaak ontstaan problemen met kinderen voor het eerst op school”, vertelt Laura. “Thuis kun je om gedrag heen bewegen, maar in de klas moet een kind opeens voldoen aan regels, tempo en verwachtingen. Niet alle kinderen floreren in de context van een bepaalde school. School kan daardoor juist een plek zijn waar labels snel kunnen circuleren.” Niet alleen omdat ouders ermee komen, zegt Laura: scholen leggen óók druk op ouders. “Als een kind als druk in de klas wordt ervaren, wordt al snel gezegd ‘laat ‘m testen op ADHD’, want dan denken ze dat er een verklaring of handvatten komen.” Ze pleit voor een nieuwe benadering.
Laura ontwikkelde in Groningen vanaf 2010 een leerlijn over over medicalisering: het steeds vaker in stoornis- en ziektetermen praten over eigenschappen en gedrag. Niet alleen medicatie is daarbij relevant, maar vooral het frame. In de DSM – waar bijvoorbeeld ADHD officieel staat als Attention Deficit Hyperactivity Disorder – gaat het om gedragsbeschrijvingen. En precies daar zit volgens Laura een hardnekkig misverstand: “Zo’n classificatie vertelt niet dat breinen anders werken op een manier die je kunt aanwijzen. We hebben allemaal verschillende breinen. We zijn in feite allemaal neurodivers. Hersenen hebben uiteraard alles te maken met gedrag, maar gedrag ontstaat óók in context. En die context is bij kinderen extra bepalend, zeker omdat het brein plastisch is en zich blijft ontwikkelen op basis van ervaringen en omgeving.”

Stoornissen níet te zien op scans
Laura probeert al jaren mensen op het goede been te zetten. Variaties in eigenschappen en gedrag bestaan, en sommige gedragingen matchen minder goed met hoe we de samenleving en bijvoorbeeld scholen hebben ingericht. Toch blijft de hersenmythe hardnekkig, mede door hoe wetenschappelijke resultaten in de media zijn beland. Ze noemt een groot hersenonderzoek (met zo’n drieduizend scans) waarover werd gezegd dat ADHD ‘te zien is op hersenscans’. In werkelijkheid ging het om een piepklein groepsverschilletje: statistisch significant door het grote aantal deelnemers, maar klinisch gezien ‘nul relevant’. De groepen overlapten voor juist 90 tot 95%. Toch presenteerden de onderzoekers en de media de uitkomst alsof je ADHD bij individuen zou kunnen aanwijzen. “Terwijl uit die scans juist blijkt dat het níét te zien is.”
Dat wetenschappers soms overtrokken conclusies trekken, heeft volgens Laura te maken met perverse prikkels: studies met opvallende resultaten publiceren beter. “Als je schrijft: deze dure hersenstudie toonde niets aan, dan wordt dat minder snel opgepikt.” Dat ze dit verhaal al vijftien jaar vertelt, onderstreept hoe taai hersenmythes zijn. “Ik vind het ook onbestaanbaar dat de overheid, die toch zegt te willen demedicaliseren, niets tegen het voortbestaan van deze medicaliserende misinformatie doet.”
Labels: erkenning én risico
Waarom blijven labels zo aantrekkelijk? Laura ziet dat ze op korte termijn erkenning geven. In een samenleving waarin iedereen moet excelleren en waarin competitie overal aanwezig is, voelt een ‘verklaring’ voor degenen die niet optimaal mee kunnen komen soms als opluchting. Dat geldt ook voor ouders. “Als er kritiek is op jouw kind, voel je je als ouder enorm kwetsbaar.” Een label kan dan beschermen: het gedrag is niet expres.
Maar dat classificeren bij kinderen is minder objectief dan vaak wordt gedacht. Bij bijvoorbeeld ADHD-diagnostiek worden vooral ouders en leerkrachten bevraagd. Het zijn hún waarnemingen die tellen. “De ene leerkracht vindt drie keer per dag door de klas roepen al heel vaak, terwijl het een ander pas opvalt bij drie keer per uur.” Of een kind ‘voldoet’ aan de criteria hangt dus sterk af van draagkracht, stress en interpretatie van volwassenen.
Laura vindt niet dat stoornissen als oorzaken moeten worden gezien. Ten eerste is het geen oorzaak, maar een benaming voor een aantal gedragingen waarvan een groepje psychiaters lang geleden heeft bedacht dat die onwenselijk zijn binnen de door onszelf ingerichte maatschappij. Daarnaast zegt ze: “Als we het als verklaring zien, denken we: de oorzaak is ADHD, dus we hoeven niet meer verder te kijken.” En daarmee raken mogelijke echte oorzakelijke factoren buiten beeld: een onrustige thuissituatie, structureel slaaptekort, trauma, of over- of ondervraging op school. Terwijl juist daar vaak iets aan te doen is, op pedagogische en didactische wijze.
Het sociale model van inclusief onderwijs
Voor scholen pleit Laura daarom voor een andere bril. Niet: wat is er mis met dit kind? Maar: hoe kunnen we onze onderwijscontext zo inrichten dat alle kinderen mee kunnen doen en floreren? Dat is de kern van het sociale model van inclusief onderwijs, waarnaar zij samen met haar team en met basisschoolkoepel Proloog (22 scholen) en met steun van NRO vijf jaar onderzoek doet. Dit model verlegt de focus van individuele tekorten naar de inrichting van de leeromgeving. “Nu leggen we problemen met labels bij het kind, terwijl je net zo goed kunt zeggen: de context is beperkt.”
Dat vraagt geen snelle oplossingen, maar een cultuurverandering. In het onderzoek worden daarom niet alleen leerkrachten, maar ook schoolleiders, ouders en leerlingen betrokken. Het doel is om samen te ontdekken welke kleine aanpassingen al grote winst opleveren – en om scholen te trainen om consequent vanuit die context te denken.


Bezig met laden...
Reacties