Niet alleen bij jonge, maar ook bij oudere leerlingen
“Iedereen houdt van een goed verhaal. Ook leerlingen in groep 8 of de brugklas genieten ervan om voorgelezen te worden”, geeft hoogleraar Roel van Steensel aan. Voorlezen is niet alleen iets voor kleuters, benadrukt hij. Ook in de bovenbouw van het basisonderwijs en zelfs in het voortgezet onderwijs kan het een krachtig middel zijn om leesmotivatie, taalvaardigheid en sociaal-emotioneel welbevinden te stimuleren.
Van Steensel is als hoogleraar verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bij beide instellingen doet hij onderzoek naar leesgedrag, leesmotivatie en leesvaardigheid. Zijn leerstoel aan de VU wordt medegefinancierd door Stichting Lezen. Daarnaast geeft hij les aan de universitaire lerarenopleiding primair onderwijs in Rotterdam. “De leukste boeken om voor te lezen zijn vaak de kinder- en tienerverhalen die je zelf ook leuk vindt”, vertelt hij. “Daarmee kun je leerlingen echt enthousiasmeren.”
Een gedeeld moment van aandacht
Voorlezen in de klas is volgens Van Steensel meer dan een prettige onderbreking van de lesdag. “Het is een activiteit waarmee je met z’n allen gericht bent op één ding: een tekst. Die gedeelde aandacht kan bijdragen aan een gevoel van verbondenheid in de klas en biedt bovendien een mooie ingang voor gesprekken.” Gesprekken die voortkomen uit voorgelezen verhalen zijn waardevol. Ze bieden leerlingen de ruimte om hun mening te geven, zich te verplaatsen in anderen en verbanden te leggen met hun eigen ervaringen. Volgens Van Steensel dragen zulke gesprekken niet alleen bij aan taalvaardigheid, maar ook aan burgerschapsvorming. “Lezen helpt je om te denken, en gesprekken over boeken ondersteunen die denkontwikkeling.”
Rijke taal in goede boeken
Voorlezen is daarnaast een mooie manier om leerlingen kennis te laten maken met rijke, gevarieerde taal. “In goeie jeugdboeken komen veel infrequente woorden voor – woorden die je in gewone gesprekken zelden hoort. Meer zelfs dan in gesprekken tussen hoogopgeleide volwassenen”, legt Van Steensel uit. Die grote variëteit aan woorden is van belang voor het creëren van een brede woordenschat, die essentieel is voor goed tekstbegrip. Hij draagt graag een voorbeeld aan en pakt een boek erbij: De eencellige die het leven best wel ingewikkeld vond, een boek voor beginnende lezers. “Op de eerste bladzijde kom je al woorden tegen als ‘koraal’, ‘betovergrootouders’ en ‘groeven’. Dat zijn woorden waar kinderen niet dagelijks mee in aanraking komen, maar die ze via boeken spelenderwijs leren kennen.”
Begrijpend lezen begint met verhalen
Naast woordenschat bevordert voorlezen ook andere leesvaardigheden vertelt Van Steensel. “Begrijpend lezen vraagt vaak om inferenties – het afleiden van informatie die niet letterlijk in de tekst staat. Door veel verhalen te horen, leren kinderen die vaardigheid ontwikkelen.” Uit verschillende interventiestudies blijkt dat regelmatig voorlezen aantoonbaar bijdraagt aan het verhaalbegrip van leerlingen. Zo verwijst hij naar het programma VoorleesExpress, waarbij vrijwilligers twintig weken lang voorlezen in gezinnen waar minder vanzelfsprekend met boeken wordt omgegaan. “We zagen duidelijke verschillen in verhaalbegrip tussen kinderen die meededen en kinderen op de wachtlijst”, vertelt hij. Hoewel dit onderzoek plaatsvond in thuissituaties, zijn de inzichten volgens hem ook toepasbaar op school. “Voorlezen biedt rijke taal, ongeacht de setting.”
Ook effectief in bovenbouw en vo
Voorlezen is niet alleen voor jonge kinderen belangrijk. “In alle groepen zagen we positieve effecten,” zegt Van Steensel. “Daarom stimuleer ik ook mijn studenten – toekomstige leerkrachten – om te blijven voorlezen, ook in groep 8.” Ook voor het voortgezet onderwijs zijn er initiatieven als de voorleeswedstrijd Read2Me!, waarbij brugklassers voorlezen voor publiek. “Zolang je het inzet als een manier om leerlingen met boeken in aanraking te brengen en in gesprek te gaan over teksten, kan het zeker bijdragen aan leesmotivatie.” Volgens Van Steensel is een juiste aanpak wel van belang. “Het succes hangt af van hoe leerkrachten en docenten ermee omgaan. Sluit aan bij de interesses van je leerlingen en kies boeken die hen aanspreken. Iedereen houdt van een goed verhaal, als het maar het juiste verhaal is.”
Praktische handvatten voor in de klas
Voorlezen structureel inzetten? Handige aandachtspunten volgens Van Steensel:
- Lees met een regelmaat voor. “Je leest een boek niet in één sessie uit. Wil je dat leerlingen betrokken blijven bij het verhaal, dan moet je voorlezen tot vaste gewoonte maken.”
- Kies boeken met rijke taal en betekenisvolle inhoud. Gebruik bronnen als de Grote Vriendelijke Podcast, prijswinnende titels, of de database Rijketeksten van de Nederlandse Taalunie.
- Sluit aan bij thema’s en leefwereld. Thematisch werken helpt bij het integreren van leesonderwijs. “Boeken kunnen ook goed aansluiten bij wereld- oriëntatie of burgerschap.”
- Zorg voor herkenning én verbreding. “Let erop dat je verhalen kiest waarin alle leerlingen zich kunnen herkennen, maar die hen ook kennis laten maken met andere perspectieven en culturen.”
- Lees zelf ook. “Als je wilt inspireren, moet je zelf ook weten wat er te lezen valt.”
- Gebruik voorlezen als gespreksstarter. Werkvormen als literaire gesprekken of post-itvragen bij spannende fragmenten maken leeservaringen deelbaar.
Voorlezen als onderdeel van leesonderwijs
Voorlezen verdient een vaste plek binnen het leesonderwijs, benadrukt Van Steensel. Niet alleen in de onderbouw, maar door de hele schoolloopbaan heen. Het draagt bij aan taalontwikkeling, leesplezier, sociaal-emotionele groei en een positief klasklimaat. “En het is nog leuk ook.”
Wil je meer weten over effectief leesonderwijs, praktische tips en onderzoek? Bezoek dan Lezen.nl, het kennis-platform van Stichting Lezen.


Bezig met laden...
Reacties