Wie met jongeren werkt, hoort het overal: ‘deze generatie is anders’. Ze lijken moeilijk te motiveren, stellen eindeloos veel vragen en accepteren niet zomaar dat iets ‘nu eenmaal zo is’. Maar wat zegt dat eigenlijk over generatie Z – en vooral: wat betekent het voor docenten? Pedagoog en generatie-expert Janneke ter Bille deelt haar inzichten uit de praktijk.
Afhankelijk van welke bron je leest, begint generatie Z ergens rond 1995”, vertelt Janneke. “Ze zijn opgegroeid met internet, smartphones en sociale media. De jongsten zitten nu in klas 2 of 3 van het voortgezet onderwijs, de oudste zijn twintigers. Deze generatie kent geen wereld zonder technologie – online en offline zijn voor hen volledig met elkaar verweven.”
Dat heeft invloed op hun manier van leren én communiceren. “Ze staan altijd ‘aan’. De wereld is groot, maar via hun telefoon direct bereikbaar. Dat maakt ze vindingrijk, creatief en nieuwsgierig. Tegelijkertijd zie je dat de mentale druk toeneemt. Ze voelen een constante prikkelstroom en dat eist zijn tol.”
Een belangrijk verschil met eerdere generaties zit in de opvoeding, zegt Janneke. “De babyboomers groeiden op in een vrij autoritaire opvoedstijl: ‘Je doet wat ik zeg, punt.’ In de generaties daarna werd het steeds losser. Ouders wilden hun kinderen meer betrekken bij beslissingen, en met de komst van de zogenoemde curling- en pamperouders werd geluk belangrijker dan gehoorzaamheid.”
Dat had ook invloed op scholen. “Docenten zijn meegegaan in die verschuiving. Velen willen graag aardig gevonden worden of vermijden conflicten. Dat is begrijpelijk, want niemand wil klachten of boze ouders. Maar als je te veel in die conflict-vermijding blijft hangen, verlies je gezag. En daarmee ook de verbinding met je leerlingen.”
Waarom, waarom, waarom
Het beeld van ‘lastige leerlingen’ komt volgens Janneke vooral voort uit misverstanden. “Generatie Z zegt niet zomaar ‘ja en amen’. Ze willen weten waarom iets moet. Als jij niet uitlegt waarom een opdracht of les belangrijk is, ben je ze kwijt. Ze zijn gewend om eerst het resultaat te zien, en daarna pas de stappen ernaartoe – net als in de filmpjes op social media. Dus leg uit: dit is wat we gaan doen, dit is het resultaat en dáárom is het relevant.”
Ze benadrukt dat dit niet betekent dat die jongeren geen grenzen willen. “Ze hebben juist behoefte aan duidelijkheid. Ze willen weten waar ze aan toe zijn. Alleen: ze accepteren gezag niet meer vanzelfsprekend. Respect moet je verdienen. Als docent krijg je dat niet door streng te zijn, maar door consequent, eerlijk en voorspelbaar te handelen.”
Janneke maakt onderscheid tussen streng en duidelijk. “Streng voelt voor leerlingen als macht. Duidelijkheid is iets anders: dat gaat over grenzen stellen. Tot hier en niet verder. En als je eroverheen gaat, dan volgt een consequentie. Dat is niet hard of autoritair – het is betrouwbaar. Strengheid roept weerstand op. Duidelijkheid geeft veiligheid.”
Van manager naar begeleider
Scholen managen teveel volgens Janneke. “We nemen jongeren teveel werk uit handen. Alles staat al in Magister, toetsen zijn gepland, cijfers berekend. En dan zeggen wíj: ze nemen geen eigenaarschap! Maar hoe kunnen ze dat ook leren als we alles voor ze regelen? Laat ze plannen, fouten maken, verantwoordelijkheid nemen. Daardoor groeien ze. Een manager lost problemen op. Een begeleider helpt de ander zelf oplossingen te vinden.”


Bezig met laden...
