De nieuwe kerndoelen voor rekenen-wiskunde zijn volgens hogeschooldocent en rekenspecialist Belinda Terlouw veel meer dan een actualisatie op papier. Ze bieden scholen de kans om doordacht met het rekenonderwijs aan de slag te gaan: minder dichtgetimmerd, meer samenhangend en met meer ruimte voor denkwerk van kinderen. “Geef ze de ruimte, wees nieuwsgierig en heb vertrouwen in hun ontwikkelkracht.”
Belinda werkt 27 jaar bij Hogeschool KPZ en leidt leerkrachten op tot rekencoördinator. Daarnaast begeleidt ze scholen en ontwikkelde ze een eigen methodiek: Kijken naar Kinderen in de rekenles. Die aanpak sluit volgens haar naadloos aan bij wat de nieuwe kerndoelen vragen. “Leerkrachten doen ontzettend goed werk en verzorgen hun aanbod vaak prima”, zegt ze. “Maar heel gericht kijken naar wat kinderen precies laten zien in de rekenles en dat ook goed duiden, is soms lastig.”
Ze is blij met de nieuwe kerndoelen. De vorige versie stamde uit 2006. “De wereld is in twintig jaar enorm veranderd. Daarnaast waren de oude kerndoelen globaal en vrijblijvend.” De opbouw in drie samenhangende domeinen spreekt haar erg aan: wiskundige concepten, wiskundige denkwerkwijzen en wiskunde en de wereld. Vooral dat laatste noemt ze een grote winst. “Rekenen-wiskunde is veel meer dan regeltjes en procedures. Kinderen moeten ook leren hoe wiskunde werkt in de werkelijkheid om hen heen. Denk aan data, grafieken, verhoudingen en kritisch kijken naar informatie. Dat is óók burgerschap.”
De nieuwe kerndoelen doen volgens haar meer recht aan het vak. “Het is nu echt een vlechtwerk geworden. Geen losse lesjes, maar samenhang. Niet alleen: kun je deze som uitrekenen? Maar ook: begrijp je wat hier gebeurt, kun je redeneren, kun je een probleem op verschillende manieren aanpakken?”
Gevangen
Nog vaak wordt rekenen gereduceerd tot het oefenen van voorgeschreven strategieën. Dat doet iets met kinderen. Belinda vertelt over een leerling die zij ooit interviewde. “Hij vertelde: ‘Wij zitten gevangen in ons rekenonderwijs en de boeken zijn onze bewakers. Pas als we alles goed hebben, laten ze ons weer vrij.’” Deze uitspraak is bijgebleven en beschrijft haar zorg: in veel klassen krijgen kinderen nog weinig ruimte om zelf na te denken. Er is een vaste aanpak, een vaste tussenstap, een juist antwoord. Andersdenkenden vallen vaak buiten de boot. Zelfs als hun antwoord klopt. “Denk aan een kind dat zegt dat 8 plus 7 vijftien is, maar het niet heeft berekend via de strategie van de vorige les. Dan krijgt het impliciet het signaal dat het niet goed is, terwijl dat kind het antwoord weet. Dat is zo’n keurslijf.”
Belinda ziet hoe kansengelijkheid soms in het geding komt. “We doen soms te snel aannames over wat kinderen wel of niet kunnen. Daarom ben ik geen voorstander van differentiëren aan de voorkant. Geef eerst iedereen de ruimte om te denken. Anders zie je kinderen over het hoofd die heel sterk zijn, maar anders denken.”
Dat is Belinda’s methodiek. “Bij kijken naar kinderen in de rekenles zet je tijdelijk de pedagogische bril af om de vakinhoudelijke bril op te zetten. Wat laat een kind zien? Welke denkstap maakt het? Waar zit een misconcept? Wat doet het leerkrachtgedrag met het denkwerk van leerlingen? Als je kinderen zelf laat denken en je bent in staat om te duiden wat je ziet, kun je deze vragen beantwoorden en het kind verder helpen.”
Om rekencoördinatoren hiermee op weg te helpen, gebruikt Belinda foto’s, filmfragmenten en praktijkvoorbeelden. Leerkrachten analyseren wat kinderen doen en reflecteren op hun eigen rol; rekencoördinatoren kijken mee met de leerkrachten en sporen blinde vlekken op. Belinda leidt ze hierin op en kijkt mee in het beeldmateriaal. Dat maakt professionele ontwikkeling duurzaam, vindt ze. “Ik geloof er niet in dat iemand van buiten moet komen vertellen: stap 1 doe je dit, stap 2 doe je dat. Dan wordt het niet van henzelf.”
Kranten en tape
Wat vragen de nieuwe kerndoelen van degenen voor de klas? Goede opdrachten. Rijke rekenvragen die open genoeg zijn om ieder kind te laten instappen, en uitdagend genoeg om door te denken. Ze noemt een voorbeeld uit groep 3 met NT2-leerlingen die nauwelijks spraken. De leerkracht liet foto’s zien van bekende torens in Europa en zette vervolgens bakken met kranten en tape op tafel. De opdracht: bouw samen een toren, zo hoog en zo stevig mogelijk. “Even gebeurde er niets: ze keken alleen maar. Maar na vijf minuten was iedereen aan het bouwen, overleggen en uitproberen. Uiteindelijk stonden er zeven verschillende torens.” De kinderen kwamen los. “Ze struikelden over hun woorden, zó graag wilden ze vertellen wat ze hadden ontdekt. Kinderen kunnen dit dus, als je ze ruimte geeft.”



Bezig met laden...
Reacties