Voorlezen is meer dan een rustmoment. Het is een manier om verbinding te maken, gesprekken op gang te brengen en nieuwsgierigheid aan te wakkeren. Maar hoe zet je voorlezen bewust in als onderdeel van je onderwijs? Astrid Sy, historicus, schrijver, presentator en de nieuwe Kinderboekenambassadeur, ziet volop kansen voor de klas. Als voorzitter van de jury van De Nationale Voorleeswedstrijd wil ze laten zien wat lezen kinderen kan brengen: verwondering, verdieping en nieuwe kennis.
Astrid noemt zichzelf in de eerste plaats kinderboekenschrijver, al bestrijkt haar werkterrein veel meer. Ze werkte voor musea, televisie, podcasts en jeugdprogramma’s, vaak vanuit haar fascinatie voor geschiedenis. Verhalen zijn voor haar het vertrekpunt. “Boeken zijn een manier om de wereld te leren kennen”, zegt ze. “Om alles wat het betekent om mens te zijn tot je te nemen op een manier die niet dwingt.”
Daarin ziet ze ook de kracht van kinderboeken. “Lezen is niet alleen nuttig als vaardigheid, maar vooral een opstap naar meer. Naar willen weten, willen begrijpen en willen onderzoeken. Een verhaal kan een vonkje zijn dat overslaat naar andere vakken en onderwerpen.” Astrid geeft een voorbeeld uit haar eigen gezin. Als ze met haar zoon leest over een familie die zonder elektriciteit leeft, ontstaat vanzelf de vraag hoe elektriciteit eigenlijk werkt en sinds wanneer die bestaat. Zo leidt een verhaal naar geschiedenis, techniek en natuurkunde. Die bredere blik wil ze als Kinderboekenambassadeur nadrukkelijk onder de aandacht brengen. “Nieuwsgierigheid creëren”, noemt ze het. Een boek kan het begin zijn van een gesprek, een museumbezoek of een vergelijking met een film. Zeker in het onderwijs liggen daar kansen. Verhalen maken onderwerpen tastbaar en persoonlijk.

Dat geldt volgens Astrid ook voor voorlezen. “Voorlezen is samen lezen”, zegt ze. “Het verbindt je met elkaar.” Die verbinding is voor haar een belangrijke reden om voorlezen serieus te nemen, óók in de klas. Waar kinderen zelfstandig lezend in hun eigen wereld verdwijnen, ontstaat bij voorlezen iets gezamenlijks. Je zit letterlijk op hetzelfde moment in hetzelfde verhaal. Daardoor kun je samen reageren, vragen stellen en betekenis geven. Astrid ziet voorlezen ook als een moment van intimiteit en rust. Thuis, maar net zo goed op school. “Je creëert een veilige bubbel”, zegt ze. “Even bestaat er niks anders dan dat verhaal dat je samen leest.” In een tijd waarin kinderen veel prikkels krijgen en rust schaars is, vindt ze dat van grote waarde. Voorlezen helpt leerlingen even stil te vallen, te luisteren en zich te concentreren. Maar het opent ook de deur naar verdieping. Gesprekken over geloof, geschiedenis, rechtvaardigheid of techniek ontstaan vaak juist tijdens het samen lezen, merkt ze.
Voor oudere leerlingen is dat niet anders. Volgens Astrid is het een misvatting dat voorlezen alleen iets is voor jonge kinderen. “Eigenlijk gaat het gewoon om verhalen vertellen”, zegt ze. “Dat is zo oud als de mensheid. Het idee dat daar een leeftijd aan vastzit, slaat nergens op.” Ze wijst op podcasts, luisterboeken en hoorspelen: ook volwassenen luisteren graag naar verhalen. Het medium verschilt, maar de behoefte blijft dezelfde.
Dat maakt ook De Nationale Voorleeswedstrijd relevant, vindt ze. Natuurlijk is er een wedstrijdelement, maar voor haar zit de waarde vooral in alles wat daarvoor nodig is. Een leerling die voorleest, moet een tekst echt begrijpen. Wat staat er? Waar leg je de nadruk? Hoe verandert de betekenis van een zin als je de intonatie verschuift? Voorlezen raakt daarmee aan tekstbegrip, presentatievaardigheden en zelfvertrouwen. “Je bent het eigenlijk aan het voordragen, dan moet je echt snappen wat je vertelt.”


Bezig met laden...

Reacties