Zó professionaliseert de Alan Turingschool

Toen Eva Naaijkens en Martin Bootsma in 2016 de leiding kregen over een kleine basisschool in de Amsterdamse Poolstraat, was de opdracht helder: ‘de school vlot trekken en zorgen dat die floreert’. Ze begonnen met 137 leerlingen; tien jaar later telt de Alan Turingschool er 330. Groei is geen doel, maar wel een resultaat. “We zetten vooral in op professionalisering en professionaliteit van de leraar”, legt Martin uit.

De school werd overgenomen in een periode waarin resultaten tegenvielen en leerlingen probleemgedrag vertoonden. De eerste ingreep was niet per se spectaculair, wel schoolbreed gericht op: gedrag, ritmes en routines. Het team formuleerde een duidelijke gedragsaanpak om leraren ruimte te geven voor het lesgeven. In alle klassen gelden dezelfde gedragsafspraken waarin ze steeds gecoacht worden. Verder hebben alle lokale dezelfde rustige klasinrichting. “Bij ons geen tierelantijntjes in de klas”, vertelt Martin. “Zo kunnen veel leerlingen beter werken.” 

De schoolleiding is dagelijks zichtbaar in de klassen. Deuren staan open, er wordt gelopen, gekeken en gesproken. “We komen elke dag langs. We praten even met de leraren, we kijken naar het werk en hoe het gaat.” Niet als controle, verduidelijkt hij: “Er is eigenlijk niemand die zegt dat het onprettig is. Sterker nog, ze vinden het juist fijn dat er wordt ingecheckt.”

Eva

Kennisrijk onderwijs als ruggengraat

De Alan Turingschool is een ‘hele gewone basisschool’, benadrukken Naaijkens en Bootsma: “We werken met een aantal speerpunten die uit de schoolplannen en het jaarplan komen. Deze speerpunten komen jaarlijks terug. Zo creëren we een permanente vorm van onderhoud en scholing. Vakmanschap van de leraren staat bij ons centraal. We zetten daarbinnen permanent in op lezen en rekenen. Daarnaast is er een 

Er zijn scholen geneigd mee te gaan in hypes. Daar zijn wij terughoudend in.

expliciete keuze voor wereldburgerschap binnen kennisrijk, thematisch onderwijs. Vanaf groep 1 werken leerlingen schoolbreed met inhoudelijke kennisthema’s: van kaartlezen en het plantenrijk tot Rembrandt en ‘Op weg naar Mars’. Deze thema’s koppelen we aan kerndoelen. In groep acht zorgen we dat alle tien tijdvakken van geschiedenis aan bod zijn geweest. Ook voor aardrijkskunde, natuur en techniek is genoeg aandacht. Er wordt heel veel gelezen. We maken geen gebruik van methodes, maar maken dat onderwijs zelf.” Het thematisch onderwijs wordt schoolbreed vormgegeven, met vier gezamenlijke thema’s per jaar en aanvullende leerlijnen per bouw en groep.

Expertleraren in huis

Heel belangrijk is de rol van interne expertleraren. Dat zijn leraren die aantoonbaar sterk zijn op een domein, zelf goede lessen geven én collega’s coachen. Ze helpen bij studiedagen, doen klassenbezoeken en ontwikkelen inductieprogramma’s voor nieuwe collega’s. “Ik ben ervan overtuigd dat er in elk schoolteam mensen zitten die over een aspect van het curriculum meer weten en meer kunnen”, vertelt Martin. “Als je die in je team een rol geeft, behoud je ze voor de organisatie.”

Experts zijn er op rekenen, gedrag (in samenwerking met de kwaliteitscoördinator), thematisch onderwijs en maakonderwijs. Ook wordt externe expertise gericht ingezet voor klassenbezoeken. Zo was er een bezoek van gedragsdeskundige Kees van Overveld en een studieochtend schrijfonderwijs met Suzanne van Noorden, direct gekoppeld aan het nieuwe thema in de klassen.

Concreet betekent dit:

  • Zeven studiedagen per jaar;
  • Tien leer-werkbijeenkomsten van twee uur, steeds rond een kerndomein, met literatuur, didactische  keuzes en vaak een voorbeeldles uit het eigen team;
  • Zeven uitgebreide klassenbezoeken zowel  in- als extern per leraar per jaar (met nagesprek),  aangevuld met korte, frequente kijkmomenten door schoolleiding en kwaliteitscoördinatoren;
  • Bij iets nieuws maken we tijd voor initiële trainingen  van 12–15 uur bij nieuwe aanpakken, plus 9–15 uur vervolgcoaching uitgesmeerd over de tijd en passend bij de vraag van een docent;
  • Doorlopende literatuurbijhouding en het delen  daarvan in het team.

Martin

Opgeteld is dat minimaal 50 uur per jaar aan professionalisering per leraar, exclusief de uren waarin leraren zelf vakliteratuur lezen en materialen ontwikkelen. “Je mag best verwachten dat leraren zelf ook regelmatig vakbladen doorlezen en literatuur bijhouden. 123 uur voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid volgens de cao? Dat is noodzakelijk”, vindt Martin.

De kern van de visie is collectief vakmanschap. “Niet jij als individu”, zegt Martin. “Het is een verschuiving van ik en mijn klas naar het team en de hele school.” Alle scholing is teambreed; er is geen knip tussen bouwen of leerjaren. Dat bevordert uitwisselbaarheid en versterkt de school als geheel. Jaarlijks wordt een ‘sterkste opstelling’ gemaakt: welke groep vraagt welke leraar, gegeven de onderwijs- en gedragsbehoeften? 

"Je moet eigenlijk alleen maar een zij-instromer aannemen als je die dubbel kan zetten."

Kijken naar data is vanzelfsprekend. De school gebruikt kijkwijzers, leerlingresultaten en gerichte peilingen. Zo is in groep 8 een vragenlijst afgenomen naar kennis en attitudes rond burgerschap en democratische waarden. Ook kijken Naaijkens en Bootsma over de grenzen: Vlaamse taalprogramma’s zoals Elodie en Britse woordenschat-aanpakken worden gevolgd en waar passend vertaald naar de eigen praktijk. Het team ging samen op schoolbezoek in Antwerpen; de vraag is altijd: wat nemen we hier als professionals van mee?

"Leraarschap is geen vrij beroep. Dán moet je kunstenaar worden."

Geen Hypebeleid

De jaarplanning van de Alan Turingschool is “saai” en dat is bewust. Er komt niet overhaast iets nieuws bij. “Er zijn scholen geneigd mee te gaan in hypes”, zegt Martin. “Daar zijn wij terughoudend in.” Meertaligheid krijgt plek in de dagelijkse praktijk, maar wordt niet uitgerold als apart scholingstraject zolang de basisprioriteiten onderhoud vragen. Hetzelfde geldt voor AI: interessant, maar pas na een zorgvuldige weging in school- en jaarplan. “De kernvraag blijft: doen we de nog de goede dingen, doen we ze goed, hoe weten we dat, en wat zeggen anderen ervan?”

Inductie en begeleiding: zachte landing

De school is opleidingsschool en investeert stevig in inductie. Nieuwe collega’s, zeker zij-instromers, krijgen waar mogelijk dubbele inzet en systematische begeleiding: 60 uur coaching in jaar één, 30 uur in jaar twee. “Je moet eigenlijk alleen maar een zij-instromer aannemen als je die dubbel kan zetten”, zegt Martin. “Anders gebruik je iemand om een gat in de formatie te dichten. Daar is de zij-instromer de dupe van.”

Resultaten: stabiliteit, werkgeluk en doorstroom

Het team is stabiel, verloop is laag. In de beginfase vertrokken enkele onderbouwleraren die zich niet in de nieuwe koers konden vinden. Daarvoor kwam een team terug dat bewust voor de visie kiest. “Als je het samen doet, vanuit een duidelijke visie, en je helpt leraren om hun vak te ontwikkelen, vinden ze het heel fijn om hier te werken.” Voor leerlingen vertaalt de aanpak zich in sterkere doorstroom naar het voortgezet onderwijs, met meer kennisbasis en leesvaardigheid als hefboom.

Naaijkens en Bootsma typeren hun eigen rol als instructional leadership: dicht op de inhoud, zichtbaar in de klassen, meedenkend en meewerkend in studiedagen. “De kans is groter dat een schoolleider die kennis heeft van pedagogiek en didactiek verschil maakt,” zegt Martin. “Wij zitten er altijd bij – of het nu over schrijven, rekenen of instructie gaat.” Tegelijk is er professionele ruimte, maar wel achter de professionele standaard. “Leraarschap is geen vrij beroep. Dán moet je kunstenaar worden. Het is niet zo dat een leraar in zijn groep een andere didactiek of pedagogiek kan hanteren dan het collectief; het collectief staat voorop.”

Morgen starten

Morgen beginnen? Dit zijn de tips: “Begin met een duidelijke visie, veranker die in school- en jaarplannen, kies enkele curriculaire zwaartepunten (gedrag, instructie, lezen, rekenen) en onderhoud ze. Werk schoolbreed, organiseer expertrollen, plan klassenbezoeken en leer-werkbijeenkomsten, deel literatuur, meet wat je doet en wees terughoudend met hypes. Leef niet bij de waan van de dag: structuur en organisatie zijn key. Professionalisering is daarom geen project, maar een werkwoord.” 

Onderzoek

Hoe professionaliseren onderwijsprofessionals eigenlijk? Wanneer doen jullie dat, wat vinden jullie belangrijk en hoeveel ruimte krijgen jullie ervoor? PrimaOnderwijs onderzocht dit in het voorjaar van 2025. Ruim twee derde van de 1.534 respondenten komt uit het primair onderwijs, ongeveer een derde uit het voortgezet onderwijs. Dit zijn de meest opvallende inzichten.

 

De nieuwste artikelen wekelijks in je mail? MELD JE AAN voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief.

 

Deel dit artikel

Reacties niet mogelijk

LEES MEER OVER

Professionalisering

PrimaOnderwijs.nl maakt gebruik van cookies

Wij vragen uw akkoord voor het gebruik van cookies op onze website. Sommige cookies plaatsen we altijd om de website goed te laten werken. Ook plaatsen we altijd een cookie om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Onze website maakt van meer cookies gebruik die niet noodzakelijk zijn, maar wel nuttig. Zodat u bijvoorbeeld berichten kunt delen op social media. Door op 'Akkoord' te klikken ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie is beschikbaar in ons cookiebeleid.

OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy » Privacy- en cookiebeleid Dit veld is niet ingevuld De ingevulde tekst is te kort De ingevulde tekst is te lang