Lerarenregister: een voor- en tegenstander

Foto: links Gerrit Douma, rechts Paul de Vries © Marius Roos

De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de man of vrouw voor de klas. Daarom krijgt het beroep van leraar wettelijke bescherming. Dat staat in de wet ‘Beroep Leraar en Lerarenregister’, waarmee de Eerste Kamer op 21 februari 2017 instemde. Het lerarenregister, dat per 1 augustus 2018 verplicht wordt, is de omgeving waarin leraren aan elkaar en aan de samenleving zichtbaar maken dat zij hun bekwaamheid én kwaliteit onderhouden en borgen.

Voor- en tegenstander van het lerarenregister

Gerrit Douma en Paul de Vries zijn docent op het Harens Lyceum. Gerrit geeft Duits en informatiekunde en staat al bijna dertig jaar voor de klas. Paul maakte zo’n twintig jaar geleden als zij-instromer zijn entree en geeft wiskunde. De een staat vanaf de introductie van het lerarenregister ingeschreven (‘Ik ben trots op mijn vak, dat mag iedereen zien’), de ander is
faliekant tegen (‘Het register leidt af van de werkelijke problemen’). Voor PrimaOnderwijs gaan Gerrit en Paul met plezier in debat.

Voorstander Gerrit: 'ik ben trots op mijn vak en dat mag iedereen zien'

‘Het lerarenregister is goed voor de kwaliteit en het aanzien van de beroepsgroep. Als je in dat register staat, laat je zien dat je het beroep van leraar uitoefent en dat je daar trots op bent. Ik sta inmiddels dertig jaar voor de klas. Vandaag de dag moet ik andere kwaliteiten in huis hebben dan toen ik van de opleiding kwam. Met het lerarenregister maak ik zichtbaar hoe ik mijzelf heb ontwikkeld, zodat ik jongeren zo professioneel mogelijk kan begeleiden. Het is toch ook eigenlijk niet meer dan normaal dat je dat laat zien? Ouders en maatschappij vertrouwen wel de nieuwe generatie aan ons toe.’

Tegenstander Paul: 'het register leidt af van de werkelijke problemen'

‘Ik ben óók trots op mijn beroep, dat is helemaal het punt niet. Maar waarom wordt er klaarblijkelijk zo getwijfeld aan de kwaliteit van docenten? Waar is de noodzaak ontstaan om vooral aantoonbaar te maken dat je goed op de hoogte bent en dat je adequaat bent opgeleid? Kijk bijvoorbeeld naar de gezondheidszorg, waar artsen en paramedici verplicht zijn om allerlei cursussen te volgen omdat zij anders hun registratie verliezen. Ik weet van dichtbij wat voor belachelijke situaties daaruit voortvloeien. Mensen zitten ergens een dagje en krijgen een certificaat mee naar huis. Niemand controleert wat je geleerd hebt en of de cursus bijdraagt aan de kwaliteit van je beroepsuitoefening. Docenten willen zich echt wel blijven ontwikkelen, maar de docenten die dat niet willen, kunnen zich er nog steeds aan onttrekken. Het lerarenregister is niet het waterdichte systeem waarmee we dit ondervangen.’

Kwaliteit van de leraar

Gerrit begrijpt deze scepsis niet goed. Hij denkt juist dat het wél iets over de kwaliteit van een leraar vertelt als hij allerlei scholingen volgt. ‘Ik heb blijkbaar een ander vertrekpunt en ga uit van de professionaliteit van leraren. Als je naar een cursus gaat, ben je geïnteresseerd en wil je iets leren. Ik geloof niet dat iemand ergens alleen naartoe gaat om zijn punten te halen. Dat zie ik in de toekomst ook niet gebeuren. Als je alleen maar ‘punten wilt scoren’, ben je niet professioneel met je werk bezig. Dan houd je het niet veertig jaar vol in dit vak...’

Validering

Een punt waarop Gerrit en Paul elkaar wel weten te vinden, is de kwaliteit van het opleidingsaanbod. Gerrit: ‘Als beroepsgroep moeten we goed kijken naar de opleidingen en cursussen die voor validering in aanmerking komen. Hier op school worden bijvoorbeeld verschillende hoogwaardige cursussen aangeboden, die prima in het lerarenregister passen. Hier moeten we zorgvuldig mee omgaan.’ ‘Helemaal mee eens’, vult Paul aan. ‘Je kunt erop wachten dat er allerlei marktpartijen komen. Wie bepaalt of een cursus al dan niet gevalideerd wordt?’

Bliksemafleider

Tijdens het pittige debat tussen de docenten wordt duidelijk dat Paul misschien nog niet eens zozeer principieel tegen het lerarenregister is. Hij begrijpt nut en noodzaak niet, maar vindt vooral dat het register afleidt van de werkelijke problemen in het onderwijs. ‘Voor mij voelt het lerarenregister als een bliksemafleider. Bij de helft van de vakken is een schrijnend of dreigend tekort aan docenten. De komende jaren staan er dus nog steeds onbevoegde mensen voor de klas. Getalenteerde docenten die je wilt behouden, moet je een vaste baan kunnen aanbieden. Dat kan nu niet met die flexwet met zijn tijdelijke contracten.'

Klassenverkleining

Paul vindt daarnaast dat 'we bereid moeten zijn om eerst te investeren in klassenverkleining als we meer kwaliteit willen. Je kunt niet een vmbo ­klas volproppen met 32 leerlingen en tegelijkertijd als bestuur roepen dat je iets aan kwaliteit wilt doen. Pas als dit in orde is, kunnen we gaan nadenken over een goed lopend registratiesysteem, met kwalitatief goede cursussen. Tegen die tijd wil ik er best over praten, maar nu niet’. ‘Dat moet je los zien van elkaar’, reageert Gerrit. ‘Eens: het lerarentekort lossen we hier niet mee op, maar dat maakt het lerarenregister niet onbelangrijk. Het register is een goede stap om de kwaliteit en het aanzien van de beroepsgroep te verbeteren en om meer transparantie te creëren op het gebied van professionalisering. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten.’

Lees meer over het lerarenregister: Lerarenregister aangenomen.


Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief