Onderzoekend en ontwerpend leren in een doe-lab

Van een zelfgemaakte drone tot een richtingwijzer voor paardrijdende meiden. Leerlingen van 15 scholen in Friesland maken het in een speciaal doe-lab. Het zogeheten Steampoint-project bestaat sinds 2018. Coördinatoren Wiepie van Dijk en Tijn van Esch begeleiden de kinderen.

In het doe-lab van STEAMpoint kunnen de scholen van scholenkoepel CBO Meilân en gereformeerde basisschool Futura terecht. Leerlingen van groep 1 tot en met 8 gaan om beurten aan de slag met onderzoekend en ontwerpend leren. ‘Vijf stappen komen in iedere les aan de orde. Interactie, uitwisselen, ontwerpen, maken en presenteren’, vertelt Wiepie die dagelijks met onderbouwleerlingen werkt. Samen met Tijn verzint ze de opdrachten zelf. ‘Dat kan van alles zijn. Laatst waren we in groep 1 en 2 bijvoorbeeld bezig met Leentje, de meeuw uit Pluk van de Petteflet. Die zat vast in de olie. Hoe krijg je die eruit?’, zegt Wiepie.

In het lab liggen allerlei materialen zoals hout, pvc-pijpen, papier en tape. ‘Daar maken ze dan in tweetallen iets mee. Ze ontdekken zelf welke materialen je bijvoorbeeld wel kunt knippen en wat niet. Later maken we een foto van hun creatie maken met hun iPad, zo leren ze ook met technologie om te gaan.’

Eiland

Inmiddels zijn de kleuters “op expeditie” waarbij ze met een soort van Beebot codes kraken. 'Het thema is voor de oudere en jongere leerlingen vaak hetzelfde', legt Tijn uit. Zo ging bij beiden een opdracht over de isolatie op een eiland. Tijn: ‘Flip de Beer wist niet hoe hij eraf kon komen. De kleuters verzonnen daar oplossingen voor en bouwden een boot. En in groep 8 bedachten ze manieren om medicijnen te bezorgen op het eiland.’

De creativiteit van de leerlingen is de grens, samen met de beperkte tijd (vaak een dag of dagdeel). De groep-8 duo’s moesten een drone ontwerpen, zegt hij. ‘Ik had wat onderdelen van oude drones, zoals een printplaat en propellers. Met die onderdelen moesten ze het doen en het frame moesten ze zelf ontwerpen en printen. Inclusief een plek om medicijnen te bewaren.’

Tinkercad

Eerst werd met potlood gewerkt, daarna volgde een ontwerp in 3D. ‘We geven wel wat instructies, bijvoorbeeld over Tinkercad. Maar het meeste ontdekken ze zelf, gewoon door in het programma ergens op te klikken en zien wat er gebeurt. Ze vinden het ontzettend leuk om met hun handen te werken, maar er zit ook rekenen in. Ze moesten ook zelf nadenken over de afmetingen.’

Het niveau van de drones was verschillend, van varianten die uitstekend vlogen tot wat mindere vliegtuigjes. Tijn: ‘Maar het is geen ramp als een drone niet vliegt. We stellen niet veel eisen aan het eindproduct. Het gaat om de prototypefase. Kan een leerling overbrengen wat zijn of haar idee is? Belangrijk is wat ze tijdens de les doen, of het werkt maakt niet zoveel uit.’

De leerlingen komen allemaal naar een extern lab in Oudehaske of Heerenveen dat gefinancierd is door de schoolstichting. Wiepie: ‘We hebben allerlei materialen zoals LegoWeDo, de Microbit en een 3D-printer. In elke opdracht die we geven zit technologie, maar ook kunstverwerking en wiskunde. Wat voor vormen maak ik, in welke kleuren?'

Bewust fouten maken

Meeteenheden zijn voor leerlingen soms abstract, maar door vallen en opstaan leer je juist. Tijn: ‘Er was bijvoorbeeld een groepje dat een drone van tien millimeter had gemaakt, in plaats van tien centimeter. Maar zo leren ze juist. We laten ze bewust de fout in gaan.’

Er komen vaak schoolbesturen van buiten de provincie een kijkje nemen. Wiepie: ‘Veel scholen en docenten proberen zelf zoiets op te zetten. Belangrijkste is dat ze leren loslaten dat het resultaat belangrijk is. Het gaat om het maakproces.’

Ben je nieuwsgierig naar het Steampoint-project en wil je weten of het iets voor jouw school is? Ga naar de website van het project en/of neem contact op via steampi@cbo-meilan.nl.

Tekst: Malini Witlox

Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief
Controle Dit veld is niet juist ingevuld