Pesten herkennen blijft moeilijk voor leraar

Het is voor leraren ingewikkeld pestgedrag te herkennen en dat lukt ook niet altijd goed. Leerkrachten weten soms niet precies wat pesten inhoudt, herkennen slachtoffers niet goed en menen pestgedrag in hun klas onder controle te hebben terwijl het er wemelt van de slachtoffers. Dat concludeert Beau Oldenburg in haar proefschrift ‘Bullying in schools. The role of teachers and classmates’.

Complex sociaal verschijnsel

Oldenburg promoveert in januari 2017 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze vraagt zich af of leraren wel voldoende zijn toegerust om het probleem van pesten op school aan te pakken. Beau Oldenburg over eerdere onderzoeken: ‘Uit deze onderzoeken blijkt dat pesten niet, zoals eerder werd gedacht, een interactie tussen alleen pester en slachtoffer is, maar een complex sociaal verschijnsel waarbij leerkrachten en klasgenoten een belangrijke rol spelen. Studies wijzen uit dat leerkrachten belangrijke actoren zijn als het gaat om pesten, dat klasgenoten als publiek voor de pester fungeren en dat relaties tussen leerlingen in de klas van invloed zijn op pesten en pestgerelateerd gedrag.’ 

Enkele conclusies

Oldenburg verrichtte vier studies met data uit surveys onder scholieren en interviews met leerkrachten. Zij vond dat leerkrachten een verschil kunnen maken als het gaat om het aantal gepeste kinderen in de klas, maar dat zij niet volledig toegerust zijn om het pesten ook daadwerkelijk aan te pakken. Leerkrachten koesteren soms incorrecte opvattingen over pesten. Zo verklaarden sommige leerkrachten dat zij het gemakkelijk vonden om pesten onder hun leerlingen aan te pakken, terwijl er in die klassen juist veel gepeste leerlingen bleken te zijn. Daarnaast leken de leerkrachten niet goed te weten wat pesten precies inhoudt. Zij herkenden sommige leerlingen die beweerden gepest te worden niet als slachtoffers. Daarnaast bestempelden zij leerlingen die volgens hun zelf-rapportages niet gepest werden juist wél als slachtoffers.

Moeilijk te bepalen

Oldenburg concludeert tevens dat het moeilijk is om te bepalen of een leerling echt gepest wordt. Leerkachten geven vaak sociaal-wenselijke antwoorden op vragen en suggereren ‘overdrijving’ van de situatie van de kant van de gepeste leerling. Oldenburg: ‘Zodra leerlingen hun gepeste klasgenoten verdedigen, is het voor de pester minder aantrekkelijk om ermee door te gaan. Daarnaast kan verdedigen als een buffer tegen de negatieve gevolgen van pesten werken – er is ten minste iemand die je helpt.

Klassensamenstelling

Ook de klassensamenstelling heeft invloed, zo stelt Oldenburg. 'Leerlingen in grotere klassen wijzen minder vaak klasgenoten als pestslachtoffer aan die dat zelf hadden gerapporteerd. Misschien kennen leerlingen elkaar minder goed en weten ze minder over elkaar in grotere klassen. In combinatiegroepen zijn eveneens minder slachtoffers: er is dan een mix van jonge en oudere leerlingen en daardoor minder competitie.'

De wet

Scholen zijn sinds 1 augustus 2015 wettelijk verplicht werk te maken van sociale veiligheid. Zij moeten hierop beleid voeren, een antipestcoördinator hebben en de sociale veiligheid van leerlingen monitoren. Dat laatste kunnen ze bijvoorbeeld doen door middel van Scholenopdekaart.nl

 


Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief