Praat over discriminatie en uitsluiting. Maar hoe?

Sinds de Tweede Wereldoorlog – 75 jaar geleden – zijn we vrij in Nederland en weten we één ding zeker: dat nooit weer. Maar net als toen, is er nog steeds discriminatie. Ook op scholen. Onderzoek wijst uit dat veel docenten discriminatie in de klas meemaken. Hoe kun je daar het beste mee omgaan?

TEKST: MARLOES SMIT

Uit onderzoek van het tv-programma 1Vandaag (2015) blijkt dat bijna de helft van alle middelbare scholieren wel eens discriminatie meemaakt. Discriminatie op school gebeurt het vaakst vanwege huidskleur (28%), afkomst (24%) en seksuele geaardheid (22%). Het geloof (17%) staat op de vierde plek, blijkt uit een enquête onder 961 leerlingen. De woorden homo, hoer, Marokkaan en jood, zijn volgens COC Nederland de meest gebruikte scheldwoorden waarmee leerlingen vanaf ongeveer 8 jaar op school worden gepest. De cijfers maken duidelijk dat de aanpak van discriminatie blijvende aandacht verdient. Maar wanneer kun je een opmerking van een leerling negeren en wanneer neem je deze als leerkracht serieus?

Negeer het niet

Het belangrijkste is misschien wel een discriminerende opmerking van een leerling nooit te negeren en altijd serieus te nemen, zo stelt de Anne Frank Stichting. Wie als docent niet reageert, maakt zich schuldig aan het principe ‘wie zwijgt stemt toe’. Zo zullen leerlingen dat ook opvatten. Reageer dus zoveel mogelijk op discriminerende opmerkingen. Ook als je denkt dat niemand zich in de klas gekwetst zal voelen door een bepaalde opmerking. De kans op herhaling is namelijk groot.


Ga niet vingerwijzen

Er wordt dus aangeraden altijd te reageren op een discriminerende opmerking, maar pas op dat je de opmerking én de leerling niet te snel veroordeelt. Als iemand een vervelende of discriminerende opmerking maakt, wil dat nog niet zeggen dat die persoon een racist is, stelt Dutchkids.nl van het Ministerie van Justitie. Soms worden opmerkingen gemaakt uit provocatie, zeker in de puberteit. Angst of onzekerheid kunnen ook een drijfveer zijn. Luisteren is daarom essentieel (ook naar degene die een discriminerende opmerking heeft gemaakt). Vraag daarom naar de achterliggende reden van de opmerking en voorkom welles-nietes-discussies.

Pas op voor direct en indirect

Een gesprek aangaan met de klas is altijd een goed idee. Maar pas op voor vragen en open discussies als: ‘Wat zou jij ervan vinden als…’ of: ‘Wat vind je van homoseksuelen?’, zo zeggen onderzoekers van Movisie (het kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken). Een gesprek met zo’n opening kan volgens hen weleens averechts uitwerken. Als een leerling zich namelijk direct negatief uitlaat over deze vraag, krijgen andere leerlingen in de klas de indruk dat medeleerlingen in dit geval homoseksualiteit, normaal vinden. Dat wordt de ‘perceptie van de sociale norm’ genoemd. Direct en indirect krijg je als leerling een beeld van wat anderen blijkbaar denken dat ‘normaal’ is in een sociale context. Dit is van belang omdat is aangetoond dat mensen niet alleen discrimineren omdat ze zelf negatief denken over bepaalde groepen, maar vooral ook omdat ze denken dat anderen in hun omgeving dit doen. Hoe goed bedoeld ook, een volledig open discussie kan ertoe leiden dat leerlingen conclusies trekken die je juist had willen voorkomen.


Stereotypering schoffel je niet makkelijk onderuit

Lessen waarbij stereotype beelden van bepaalde groepen worden herhaald, met als doel deze onderuit te schoffelen, blijken bij pubers geen juiste aanpak, zo stellen de onderzoekers van KIS (Kennisplatform Integratie & Samenleving). Ook met lessen waarin je leerlingen confronteert met hun vooroordelen – met als doel hen bewust te maken van hun denken – sla je de plank mis. Onderzoek wijst uit dat dit voor de meeste jongeren namelijk te moeilijk is. Alleen sterk gemotiveerde volwassen kunnen hun eigen vooroordelen signaleren en, met veel oefenen, weg werken. En zelfs zij hebben hier moeite mee.

Wat werkt wel?

Maar dan blijft de grote vraag: wat werkt dan wel? Er is bij jongeren in de puberteit vaak een zekere weerstand om iets van ouderen te leren of aan te nemen. Laat hen daarom zoveel mogelijk zelf ontdekken en ervaren waartoe discriminatie kan leiden. Actuele onderwerpen als 75 jaar vrijheid kunnen een goede invalshoek bieden om ervaringen met discriminatie te bespreken. ‘Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog is een krachtig middel om vormen van haat te leren signaleren, bespreekbaar te maken en de samenleving daarvoor weerbaar en alert te maken’, zo stelde staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) eerder. Maar ook het toelatingsbeleid van clubs, berichtgeving in de media over stage-discriminatie en de coming out-video van de bekende Youtuber NikkieTutorials kunnen een aanleiding zijn.

Wat volgens verschillende onderzoeken ook blijkt te werken, is het stimuleren van inleving en empathie voor iemand anders. Of iemand die ‘anders’ is. Het werkt, mits er aan de juiste voorwaarden wordt voldaan. Allereerst moet de ontmoeting positief zijn. En belangrijk is dat de ontmoetingen niet oppervlakkig blijven maar dat je elkaar écht leert kennen en je echt inleeft in de ander, zo stelt Stichting School & Veiligheid. En daarvoor zijn verschillende vormen. Dat kan via theater, film of via een ontmoeting. Als een klas kennismaakt met iemand die als ‘anders’ wordt gezien en zijn of haar verhaal vertelt, zorgt dit voor empathie. Denk aan een Syrische vluchteling, een joodse overlevende van een concentratiekamp, een transgender of een homoseksueel. Nodig hem of haar uit en start na deze ontmoeting het gesprek. Niet in de vorm van een discussie, maar in de vorm van een open gesprek over gevoelens. Een gesprek waarin meevoelen en compassie met de ander wordt gestimuleerd. Goede sturing door de docent is van belang, maar levert uiteindelijk pure winst op.

 

 


Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief
Controle Dit veld is niet juist ingevuld