“Burgerschap is een té belangrijk onderwerp om niet goed over na te denken”, is het uitgangspunt van demissionair minister Robbert Dijkgraaf. “Ik heb de afgelopen maanden gezien wat er allemaal speelt bij studenten en waarover ze willen praten. Het mbo is een plek waar ze dat kunnen doen. Een plek waar burgerschap niet alleen abstract, maar ook concreet is.” Inmiddels is een aantal versterkingen van het burgerschapsonderwijs op het mbo in gang gezet. Zo zijn er twintig kwalificatie-eisen geformuleerd die de inhoud van het burgerschapsonderwijs in het mbo beschrijven en zo duidelijker maken wat burgerschapsonderwijs is. Daarnaast wordt duidelijker wat van een docent mag worden verwacht en wat studenten moeten kunnen en kennen aan het einde van hun opleiding.

Dijkgraaf is stellig: “Burgerschap is cruciaal en een groot goed binnen het mbo. Op die plek zijn studenten niet alleen bezig met een vakopleiding, ze bereiden zich ook voor op de samenleving. Waaraan studenten moeten voldoen om de maatschappij goed te betreden, is eerder niet scherp genoeg neergelegd. Daardoor is het iets kwetsbaars geworden. Je kunt niet met een simpel kennisvraagje beoordelen of iemand voldoende toegerust is voor deze moderne 
en veranderende samenleving. Je wilt dat studenten tijdens en na hun opleiding zich veilig door het maatschappelijke verkeer kunnen bewegen. En net als bij een rijbewijs: zowel theorie als praktijk zijn belangrijk.” 

Curriculaire opdracht

Het ministerie heeft daarom advies ontvangen van de Expertgroep bestaande uit docenten, lerarenopleiders, onderzoekers en wetenschappers. Dit heeft geleid tot 20 nieuwe kwalificatie-eisen, het advies om een resultaatverplichting (examen) in te voeren en het advies om de burgerschapsopdracht duidelijker in 
de wet te beschrijven. Studenten hebben hierbij ook input gegeven.

Deze kwalificatie-eisen zijn onderdeel van de curriculaire opdracht binnen de wettelijke burgerschapsopdracht. De adviezen van de expertgroep zijn grotendeels door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) overgenomen. Zo zijn nieuwe kwalificatie-eisen vastgesteld en wordt er gewerkt aan aangescherpte wetgeving. Schoolbesturen moeten straks in samenspraak met docenten kunnen uitleggen en laten zien hoe burgerschap op school wordt gegeven en wat studenten leren. Ook staat de wettelijke verplichting centraal om binnen de instelling herkenbaar aandacht te besteden aan democratische waarden als vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.
De twintig eisen geven aan welke kennis en vaardigheden studenten nodig hebben aan het einde van hun opleiding. Ze clusteren zich om vier dimensies in burgerschap. Dit zijn ‘vrijheid en gelijkwaardigheid’, ‘individu en groep’, ‘maatschappijvisies en maatschappelijke vraagstukken’ en ‘macht en besluitvorming’. 
De demissionair minister vertelt: “Ik hoor van jongeren dat zij zich zorgen maken over hoe ze met het leven moeten omgaan. Het is een mooie kwaliteit van het mbo dat we aandacht hebben voor de vraag hoe jongeren zich verhouden tot de samenleving en hoe ze daarin hun weg kunnen vinden. Het is aan de overheid en het onderwijs om aan te geven ‘waar gaat het om?’, ‘waar helpen we deze jongeren mee?’ en ‘hoe borgen we de maatschappelijke waarden?’. Niet álles is een basisvaardigheid, bij ons ligt de taak om preciezer te formuleren wat we van iedereen vragen. Burgerschap is zo breed: voor je het weet gaat het over alles. Daarom zijn die kwalificatie-eisen van belang. Hiermee maken we duidelijk: wat een student moet kunnen als ze dat pad hebben doorlopen, dat de school helder moet laten zien wat zij eraan doen en hoe we docenten kunnen helpen.”

Voor docenten wordt een handreiking gemaakt. Hierin worden de kwalificatie-eisen voorbeeldmatig uitgewerkt, zodat docenten manieren kunnen vinden hoe zij burgerschap in hun les kunnen vormgeven. Om deze handreiking te maken, wordt een Ontwikkelgroep ingesteld. Hierin werkt het Expertisepunt Burgerschap samen met practoren, lectoren en wetenschappers. “We schrijven in deze handreiking niks voor, maar geven diverse opties. Het zit echt op het ‘hoe’.”

Pedagogische opdracht

Naast de curriculaire opdracht hebben scholen ook een wettelijke pedagogische opdracht. De burgerschapsopdracht is instelling breed. “Mbo’s moeten een visie formuleren waarin staat ‘Wat wil ik met burgerschap voor alle studenten? Hoe ga ik dat doen, wat wil ik dat ze aan het eind van hun schoolcarrière hebben bereikt? Hoe maak ik daar beleid op en hoe monitor en evalueer ik dat?’. Instellingen kunnen dit volgens hun eigen profiel inrichten, wij schrijven dat niet voor. Mbo’s moeten zich wel zowel verticaal als horizontaal kunnen verantwoorden. Verticaal naar de Inspectie en horizontaal naar bijvoorbeeld een studentenraad of een ouderraad als die er is.”

Resultaatverplichting

Burgerschapsonderwijs kent een resultaatverplichting, maar (nog) niet in de vorm van examinering. Dijkgraaf legt uit: “Iedere student moet genoeg geleerd hebben over burgerschap. Dat gaat op een andere manier dan bij rekenen middels een rekentoets. We willen dat scholen bijhouden wat de student allemaal heeft gedaan, bijvoorbeeld via een portfolio. Het moet aan te tonen zijn dat aan alle twintig kwalificatie-eisen is voldaan. Hoe ze dat doen, daar zijn instellingen vrij in. Wel wordt nog een aantal kaders geformuleerd.” De optie voor examinering blijft openstaan, mocht deze manier niet werken. 

De perfecte leerlijn van po, naar vo, naar mbo en hbo bestaat nog niet door alle ontwikkelingen die er nu gaande zijn. “In het ideale geval weet je precies op welk niveau een student binnenkomt. Nu is dat nog heel wisselend. Je krijgt de studenten die je krijgt en de opdracht is om ze te brengen naar het niveau dat afgesproken is. De kwaliteit van goed docentschap speelt hierin een grote rol.” 

Ook in het primair- en voortgezet onderwijs wordt nog hard gewerkt aan het burgerschapsonderwijs. “We wijzen daarom niet naar elkaar, maar pakken het met z’n allen op. We streven naar een gezamenlijke aanpak in alle vormen van onderwijs en in lerarenopleidingen. Het is nu alle hens aan dek zodat we kunnen toe-werken naar die ideale doorlopende leerlijn. Iedereen concentreert zich op die basisvaardigheden, want die moet iedereen die de maatschappij in gaat, kunnen beheersen. Qua burgerschap leggen we de lat hoog. Het is geen nice to have, burgerschap is essentieel voor de samenleving. Studenten moeten kennis 
krijgen als het gaat om kernwaarden, denk aan de democratische rechtsstaat en gelijkwaardigheid. 
Ze moeten leren om zich in elkaar te kunnen verplaatsen en dat moet op een stevige manier worden neergezet. Onderwijs is een van de weinige plekken waar dat mogelijk is, omdat zoveel mensen bij elkaar worden gebracht. Het is een mini-samenleving waarbinnen ze kunnen oefenen in hun rol als burger. Sommige scholen doen daar al veel aan. Zo worden bij sommige instellingen de studenten betrokken bij vormgeving van het onderwijs”, vertelt Dijkgraaf. 

Bevlogen en creatief

De demissionair minister van onderwijs is hoopvol: “De draagkracht bij mbo-instellingen is er duidelijk. Ik spreek veel bevlogen en creatieve docenten. Ik zag in aanloop naar de verkiezingen mooie verkiezingsfestivals. Ik zie lessen Nederlands die worden verbonden met burgerschap dankzij prachtige boeken op de toon die jongeren aanspreekt. En we hebben het over een interessante groep jongeren die de eerste stappen zetten in onze samenleving. 
Zij zijn vaak al aan het werk en dus al deel van de maatschappij. Soms schrik ik van de zaken waar sommige studenten al mee moeten dealen: situaties thuis, mantelzorg, vrienden die in problemen raken. 
Ze moeten vaak concreet een helpende hand bieden zoals toeslagen aanvragen of bezig zijn met de belasting. Daarom is het zo belangrijk dat we burgerschapsonderwijs concreet, persoonlijk en dichtbij maken: ‘Hoe kom je met die overheid in aanraking? Bijvoorbeeld door het aanvragen van 
een zorgtoeslag’.”

We hebben met elkaar geleerd hoe belangrijk burgerschap is. Burgerschap verdient het om stevig gedefinieerd te worden. Het is aan ons om duidelijk 
te maken wat we van scholen, docenten en studenten vragen. Het is belangrijker dan ooit dat we jongeren helpen hun weg in de samenleving te vinden.”  

Lees hier het adviesrapport en de twintig kwalificatie-eisen 

De nieuwste artikelen wekelijks in je mail? MELD JE AAN voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief.

 

Niet alle gegevens zijn juist ingevuld. Controleer de gegevens en probeer het opnieuw.
Er is een fout opgetreden, probeer het later opnieuw
Uw reactie is opgeslagen
Plaats een reactie
Dit veld is niet juist ingevuld
Dit veld is niet juist ingevuld
Dit veld is niet juist ingevuld
Dit veld is niet juist ingevuld
Uw reactie is opgeslagen

Reacties

Bezig met laden... Bezig met laden...

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Ontvang één keer per week de nieuwste artikelen van PrimaOnderwijs in je mail!



Privacy Statement is van toepassing

PrimaOnderwijs.nl maakt gebruik van cookies

Wij vragen uw akkoord voor het gebruik van cookies op onze website. Sommige cookies plaatsen we altijd om de website goed te laten werken. Ook plaatsen we altijd een cookie om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Onze website maakt van meer cookies gebruik die niet noodzakelijk zijn, maar wel nuttig. Zodat u bijvoorbeeld berichten kunt delen op social media. Door op 'Akkoord' te klikken ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie is beschikbaar in ons cookiebeleid.

OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy » Privacy- en cookiebeleid Dit veld is niet ingevuld De ingevulde tekst is te kort De ingevulde tekst is te lang