De invloed van klasgenoten op prestaties en motivatie

door erik ouwerkerk

Dát het sociale netwerk van leerlingen van invloed is op leermotivatie en schoolprestaties is algemeen bekend, maar hóe de sociale relaties precies samenhangen met de schoolresultaten, is complexe materie. Onderwijskundige en socioloog dr. Mariola Gremmen heeft deze dynamieken onderzocht in haar proefschrift.

Wat zorgt er nu voor dat de ene leerling zijn uiterste best doet op school en de ander de kantjes ervan af loopt? Waarom haalt het ene kind met gemak een 8 en haalt zijn klasgenoot met moeite een 6? Natuurlijk spelen IQ van de leerling, thuissituatie en de leraar een rol, maar de invloed van leeftijdsgenoten op schoolhouding en cijfers is ook zeer belangrijk. Onderwijskundige en onderzoeker bij Erasmus+ en CINOP Mariola Gremmen schreef hier een proefschrift over aan de Rijksuniversiteit Groningen bij de afdeling Sociologie.

Hoe onderzoek je de sociale relaties op school?

‘Sociale netwerkanalyse is een betrekkelijk nieuw onderzoeksveld. Basismodellen kijken naar één type relatie en één type gedrag, zoals vriendschap en leerprestaties. Een sociaal netwerk is echter veel meer complex dan dat. Gelukkig heb ik meerdere typen relaties en gedragingen kunnen betrekken in het onderzoek. Met behulp van rapportcijfers, data uit meerjarige langlopende onderzoeken, vragenlijsten en interviews met leraren en leerlingen hebben we het verband tussen sociale netwerken en academisch functioneren in de loop der jaren letterlijk in kaart kunnen brengen. Hierbij konden we selectie- en invloedprocessen onderscheiden, waarbij leerlingen bepaalde leeftijdsgenoten opzoeken als vriend of als zitbuur in de klas. Het gedrag van deze leerlingen ging steeds meer op elkaar lijken.’

In het onderzoek heb je het over ‘negatieve sociale posities’. Wat bedoel je daarmee? 

Mariola laat een grafiek zien uit haar proefschrift waarin het gemiddelde schoolwelbevinden van leerlingen met een, twee, drie of vier negatieve sociale posities is gevisualiseerd. Aan de linkerzijde staan de elementen ‘gepest worden’, ‘het ontbreken van vriendschappen’, ‘geen populariteit’ en ‘afwijzing door klasgenoten’. Op de horizontale as kan het schoolwelbevinden afgelezen worden. Mariola: 'De leerlingen die alle vier de negatieve sociale posities hebben en dus gepest worden, geen vrienden hebben, niet populair zijn en afgewezen worden, voelen zich het minst op hun plek op school. Dit was te verwachten. De combinatie van gepest worden én geen vrienden hebben is vervolgens het meest negatief verbonden met schoolwelbevinden. Degenen met vrienden (hoeveel dan ook) die niet gepest worden, hebben het over het algemeen heel goed naar hun zin in hun dagelijkse leeromgeving en dat beïnvloedt hun prestaties in positieve zin.’

Je hebt onderzoek gedaan onder leerlingen vanaf groep 5 van de basisschool tot en met de derde van de middelbare school: hoe verschilt de sociale context?

‘Op de basisschool zit een groep kinderen vaak jarenlang bij elkaar en deelt een jaar lang hetzelfde klaslokaal met dezelfde leraar. De ouders en de leerkracht zijn vaak van grote invloed op hun schoolprestaties en leerlingen willen voldoen aan hun normen. Eenmaal op de middelbare school maken ze zich daar vaak juist van los en richten ze zich meer op leeftijdsgenoten in de ontwikkeling van hun eigen identiteit.’

Om met de lagere school te beginnen: daar maakt de klassenindeling het verschil begrijp ik?

‘Het is voor de schoolprestaties heel belangrijk dat iedereen zich veilig voelt in de groep en er deel van uitmaakt. Die onderlinge verbondenheid is vrij eenvoudig te versterken wanneer leerlingen met elkaar samenwerken. Door met elkaar in contact te staan, wordt misschien niet meteen iedereen vrienden met elkaar, maar ze gaan wel positiever tegen elkaar aankijken. Dat heeft onderzoek uitgewezen. Het is dus echt waar: onbekend maakt onbemind. Ook blijkt de fysieke indeling in de klas van belang voor motivatie voor school en prestaties. Wanneer zitburen geconcentreerd werken of juist snel afgeleid zijn, worden leerlingen meer of minder gemotiveerd. Leraren voelen dit wel aan, maar delen hun klas toch vaak vrij willekeurig in. Een ideale indeling is weliswaar moeilijk te geven, want elke leerling is uniek, maar leraren kunnen in ieder geval snellere en langzamere scholieren dicht bij elkaar plaatsen en laten samenwerken. De een gaat boven de stof staan, de ander haakt aan, en het onderling respect groeit. De leraar moet dus blijven kijken naar de invloed van de zitplaatsen op de leermotivatie en de resultaten en de indeling daarop aanpassen.’

En net op het moment dat de vriendschappen belangrijker worden voor de tieners, bepalen ze in het voortgezet onderwijs zélf waar ze gaan zitten...

‘En hun vrienden kiezen ze op basis van gelijke cijfers bij gelijksoortige vakken. De hoogpresteerders zoeken elkaar op én hebben de neiging de laagpresteerders te vermijden. De jongeren uit de laatste groep clusteren ook samen, helemaal als de ‘goede’ leerlingen niet populair zijn. Zo versterken vriendschappen en leerprestaties elkaar.’

Wat is de grootste les die docenten kunnen trekken uit het onderzoek?

‘Het mooie is dat docenten de sociale dynamieken in de klas met relatief kleine maatregelen kunnen beïnvloeden. Breng de leerlingen met elkaar in contact, laat divers samengestelde groepjes of duo’s elkaar helpen met opdrachten maken en projecten uitvoeren. Ze zullen niet altijd vrienden worden, maar ze beoordelen elkaar vaak wel positiever. Ook voelen ze zich dan over het algemeen beter, leren van elkaar, en schoolmotivatie en -prestaties zullen stijgen.’

Mariola

 

 

 

 

 

           Dr. Mariola Gremmen

Lees meer: nro.nl/leerlingen-hebben-veiligheid-en-vriendschappen-nodig-voor-schoolmotivatie


Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief