Interview Daisy Mertens: ‘Het is aan de leraar om van een vlammetje een vuur te maken’

Daisy Mertens is zo'n bijzondere juf dat ze in 2016 werd verkozen tot Leraar van het Jaar en voor de Global Teacher Prize 2019 werd verkozen tot de beste tien leerkrachten van de wereld. Een interview over reflectie, inspiratie en blijven leren. De dag na een intens verblijf in Dubai stond Daisy Mertens gewoon weer tussen haar leerlingen van groep 7 van basisschool de Vuurvogel te Helmond. Hoewel gewoon? Dat is het hem juist: Mertens is zo’n buitengewone juf dat ze in 2016 Leraar van het Jaar werd en voor de Global Teacher Prize 2019 werd verkozen tot de beste tien leerkrachten van de wereld. Een interview over reflectie, eigenaarschap, inspiratie en blijven leren.

In een bijdrage op een onderwijsplatform stel je jezelf de vraag: ‘Zijn we nu opvoeders, proberen we kinderen zo hoog mogelijke punten te laten halen of brengen we normen en waarden bij? Of van alles een beetje?’ Wat is jouw eigen antwoord daarop?
‘Het is aan de leraar om van een vlammetje een vuur te maken. Kijk naar de potentie van de kinderen: wat is hun talent, waar kunnen ze aan werken? Sterker nog: leer ze zélf hun potentieel te zien, zodat ze openstaan voor leren en intrinsiek gemotiveerd zijn om het beste uit zichzelf te halen. De onderwijzer helpt daarbij: hoe komt de leerling een leerblokkade te boven? Hoe neemt het kind telkens meer verantwoordelijkheid? De leraar is dus ook zeker een opvoeder en een coach. Daar heb je verbondenheid voor nodig; tussen de leraar en het kind en tussen de leerlingen onderling. Je bent verbonden door vertrouwen en dat betekent dat je de kinderen ook los moet laten. Laat ze fouten maken, want daar kunnen ze van leren. Ik geef een voorbeeld: na mijn basisinstructie volgt een verlengde instructie. Die zijn optioneel. Gisteren koos een meisje ervoor aan het werk te gaan na de eerste aanwijzingen. Geen goed idee, dacht ik, maar ik liet het gebeuren. Naderhand evalueer ik met de leerling op het doel en reflecteren we op het proces. Waarom koos je ervoor om niet mee te doen? Heb je het doel behaald? Waar zou je de volgende keer voor kiezen? “Kinderen zitten aan een elastiek, niet aan een touw”, zei een begeleider van mij ooit.’

Maar het vraagt moed van de leraar een stap terug te doen...
‘Onderwijs is dynamisch. De helft van lesgeven is voorbereiding, de andere vijftig procent ontstaat in het moment. Om daar goed op in te kunnen spelen, moet je wel kunnen waarnemen wat er gebeurt in de klas en dat lukt niet als je alleen maar ad hoc beslissingen neemt. Laat de kinderen leren en observeer. Dán kun je gericht dat compliment geven. Dan zie je pas waar iemand vastloopt en kun je die gerichte open vraag stellen die het leerproces in gang zet.’

Reflectie is voor jou essentieel...
‘Als je voor de klas staat, moet je voortdurend met de billen bloot, geen vak is zo persoonlijk. Zo kom je al snel bij de vraag uit: wie ben ik als mens? Zonder die vraag geen visie. Vraag jezelf af: was dit een goede aanpak? Wat deed ik dan goed en wat kan beter? Doe dat zonder oordeel, net zoals je zonder oordeel naar anderen zou moeten kijken. Ik reflecteer zoveel mogelijk op het moment zelf, maar ook achteraf in de auto op weg naar huis en in intervisie met collega’s.’ En dan relativerend: ‘Ervaring doet ook een boel.’

Een goede leraar leert steeds bij?
‘Het leerproces stopt nooit en dat zouden we de kinderen ook moeten voorleven. De theorie kan pas echt landen in de praktijk en tegelijkertijd mag de nieuwsgierigheid van de leerkracht naar nieuwe pedagogische inzichten, leermethoden en vaktoepassingen meer gestimuleerd worden. Ik heb zelf de master Leren & Innoveren aan de Fontys Hogeschool gevolgd en een coachingsopleiding gedaan en dat heeft me verrijkt. In de eerste jaren na de pabo zou iedere docent extra ondersteuning en begeleiding mogen ontvangen. Of denk aan een vorm van werkplekleren, net als bij geneeskunde.’

Terugkomend op je nadruk op eigenaarschap: hoe laat je dat aansluiten op de wereld buiten het klaslokaal?
‘Kinderen zijn heel flexibel en maken allemaal stappen op weg naar autonoom burgerschap. Niet iedereen boekt dezelfde vooruitgang, maar ze gaan stuk voor stuk vooruit. Met mijn terugkerende vraag “Wat vind je zelf?” valt het kwartje vroeg of laat altijd. Of het nu “Mag ik een nieuw potlood?” of een complexere vraag is; ze leren eerst bij zichzelf te rade gaan. Ik betrek de ouders ook bij wat ik doe en waar ik voor sta. Die zijn over het algemeen heel blij met de groeiende verantwoordelijkheid van hun kinderen.’

Je schrijft voor verschillende media, geeft interviews en verschijnt op meerdere podia. Wat motiveert je dat te doen?
‘Ik wil niks worden, ik wil mensen inspireren. Dat doe ik voor een groot publiek maar ook ‘in het klein’, bijvoorbeeld door een stagiaire te begeleiden. Daarnaast houd ik met alle liefde de verbinding met de praktijk door voor de klas te staan. Overal geldt dat ik andermans visie wil aanboren: waarom doe je wat je doet?’ Tot slot zegt Mertens beslist: ‘Er is geen vak met zoveel impact! Wat kinderen op school meekrijgen, dragen ze een leven lang met zich mee. Dat mogen we als beroepsgroep best met wat meer zelfvertrouwen uitdragen.’

Door Erik Ouwerkerk Foto Boyd Smith


Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief