Minister Arie Slob: ‘Onderwijs is een machtig mooie portefeuille’

26 oktober 2017 was een heuglijke dag voor Arie Slob. Na amper twee jaar afwezigheid keerde hij terug naar Den Haag om namens de ChristenUnie kabinet Rutte-lll te versterken. Op zijn lievelingsplek als minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. ‘Onderwijs is een machtig mooie portefeuille’, aldus de oud-leraar. Al snel waren daar de protesterende leraren die meer salaris en minder werkdruk wilden. Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Een jaar waarin veel gebeurde.

Interview Brigitte bloem | PrimaOnderwijs Magazine november/december 2018
Foto Valerie Kuypers (ministerie van OCW)

Hebt u het eerste jaar van uw ministerschap kunnen doen wat u van plan was?
‘Vanaf mijn aantreden ben ik heel helder geweest. De wensen uit de onderwijssector overstegen ruimschoots het extra onderwijsbudget in het Regeerakkoord. Dat extra budget was al een flink bedrag. En ik heb ervoor kunnen zorgen dat de gereserveerde bedragen direct beschikbaar kwamen. Zowel de extra gelden uit het Werkdrukmiddelenakkoord, 430 miljoen euro, als de verhoging van de salarissen in het basisonderwijs met 8,5 procent hebben we voor de zomer weten te realiseren. Werkdruk en lerarentekort zijn dossiers die ik heel serieus neem. Een deel van de zorgen kan weggenomen worden door geld, maar er zit nog een andere wereld achter. Daar moeten we het ook over hebben. Leraren hebben een beslissende stem gekregen in de wijze waarop de werkdrukmiddelen worden ingezet. Dat heeft geleid tot diepgaande gesprekken tussen leraren en schooldirecties over wat men belangrijk vindt en waar prioriteiten gelegd moeten worden. Daarbij komen fundamentele vragen aan bod: Waar staan we als school? Waar zit die werkdruk bij ons op school en bij mij in de klas? Waar denken we tijdwinst te kunnen behalen? Dat die gesprekken plaatsvinden is grote winst.’

Bij de start van het schooljaar stuurde u de Tweede Kamer een brief over werkdruk en lerarentekorten. Daar kwamen veel reacties op van leraren, ouders, sectorraden, onderwijsspecialisten van oppositiepartijen en vele anderen. Was u verbaasd?
‘Onze brief in september was geen plan van aanpak en ook geen voortgangsrapportage. Ik wil de lerarentekorten echt niet te lijf gaan met het vergroten van klassen. Wel wilde ik aangeven dat er in het land al vele voorbeelden van innovatie zijn, die een positief effect hebben op de lerarentekorten en werkdruk. Met leraar Jan van de Ven, voormalig voorman van @POinactie, heb ik bijvoorbeeld Agora in Roermond bezocht. Deze school werkt niet met traditionele klassen, maar daar waar het functioneel is met grotere groepen. Op die grote groepen staan meer mensen en is er meer ruimte voor differentiatie.’

Dankzij het Werkdrukakkoord kan elke school dit schooljaar gemiddeld 35.000 euro extra inzetten om de werkdruk te verlichten, oplopend tot 65.000 euro in schooljaar 2021/2022 en structureel daarna. Hebt u suggesties aan scholen voor een goede besteding van dit extra geld?
‘We hebben bewust geen richtingen voorgeschreven. Het is juist mooi dat scholen het extra budget inzetten op een wijze die bij hun situatie past. Wel bracht het ministerie de handreiking Praktijkverhalen tegengaan werkdruk onderwijs uit. Bij de totstandkoming van deze publicatie kwamen we erachter dat scholen en leraren denken dat heel veel vastligt. Binnen de gestelde kaders is er echter meer vrijheid dan men doorgaans denkt. Zo zijn er scholen waar alle toetsen gedaan worden die bij een leerlingvolgsysteem horen. Maar van wie moet dat? Niemand schrijft dat voor. Ook al zijn er nu extra middelen beschikbaar gekomen om de werkdruk te verminderen, we zullen vanuit het ministerie blijven stimuleren dat scholen en leraren continu nadenken wat ze doen en of ze de dingen die ze doen, goed doen. Die vragen moeten we onszelf altijd blijven stellen.’

Het tegengaan van de werkdruk in het onderwijs stond in het Regeerakkoord, het terugdringen van het lerarentekort bleef daarbuiten. Is dat niet vreemd?
‘Als we niets doen, lopen de aantallen die we tekort komen snel op. Los van het feit dat het niet in het Regeerakkoord stond ben ik samen met collega Ingrid van Engelshoven direct aan de slag gegaan met dit urgente probleem. Zij is verantwoordelijk voor de lerarenopleidingen, ik voor po en vo. Er was al een aanpak die gedragen werd door werkgevers en werknemers. Deze aanpak bestaat uit diverse actielijnen. Goed zorgen voor je eigen leraren, wat we vertaald hebben naar de werkdrukregeling en salarisverhoging. Mensen met een onderwijsbevoegdheid - maar werkzaam in een andere sector – proberen terug te halen naar het onderwijs, zij-instromers en herintreders enthousiasmeren voor het onderwijs, jonge leraren vasthouden en leraren met een deeltijdaanstelling vragen om meer uren te gaan werken. Door al deze kansen te benutten zal het dreigende lerarentekort zeker verminderen. Niet iedereen heeft door wat er al gebeurt en dat dit collectief gebeurt. De discussies gingen vooral over hogere salarissen en lagere werkdruk. Maar juist die brede gezamenlijke aanpak werkt, daarvan ben ik overtuigd. De Onderwijsraad heeft geadviseerd goed te kijken of er niet nog meer kan komen vanuit samenwerking met onder meer gemeenten, lerarenopleidingen en transfercentra, zodat we tekorten tijdig kunnen opvangen. Met elkaar zijn we verantwoordelijk. Daarom is samenwerking tussen alle betrokken partijen cruciaal. Dan helpt het niet als je van tijd tot tijd tegenover elkaar staat. We zijn vanuit het ministerie bezig om in de regio’s en steden waar de problemen het grootst zijn, extra ondersteuning en stimulansen te gaan geven. Juist om de samenwerking van alle betrokken partijen te bevorderen. Ook extra investeringen in financiële zin sluit ik niet uit.’

Waar ziet u al voorbeelden van samenwerking, zoals u die voor ogen hebt?
‘Een goed voorbeeld van een integrale aanpak is de taskforce in Amsterdam, waar alle partijen aan tafel zitten om tot oplossingen voor de tekorten op de onderwijsarbeidsmarkt te komen. De tekorten hebben bijvoorbeeld ook te maken met de krapte op de Amsterdamse woningmarkt en de parkeerproblemen in de stad. De gezamenlijke aanpak werpt al de eerste vruchten af: nieuwe aanwas meldt zich. Elke regio heeft zijn eigen problematiek waarom er onvoldoende leraren zijn. Daarom is het zo belangrijk om regionaal maatwerk te leveren. Er zullen wellicht ook onderwerpen zijn waar landelijk extra ruimte voor gevraagd kan worden, omdat bijvoorbeeld de regelgeving wat strak is.’

Naar aanleiding van de meest recente Staat van het Onderwijs zei u dat de basiskwaliteit in veel gevallen het einddoel is geworden en dat u zich daar niet bij neer wilt leggen. Wat adviseert u de scholen?
‘Het is een generieke opmerking, wie de schoen past trekke hem aan. De Inspectie van het Onderwijs constateert dat het Nederlandse onderwijs nog steeds van goede kwaliteit is. Echter, de Raad signaleert ook dat die kwaliteit wat terugzakt, met name boven de basiskwaliteit. Bovendien is er kwaliteitsverschil tussen scholen, ook bij scholen die in elkaars omgeving liggen, met nagenoeg dezelfde populatie. Dat vind ik wel iets om over na te denken. Juist ook voor de scholen die het aangaat.’

In dat verband concludeerde u ook dat de actualisering van het curriculum kansen biedt om tot scherpere leerdoelen te komen. Hoe staat het met Curriculum.nu?
‘Het is spannend nu het bestaande curriculum ter discussie staat. Het proces is in volle gang. Er is voor openheid gekozen en de inbreng van leraren is heel belangrijk. Maar ik vergelijk het met een taart die in de oven staat. Doe je het deurtje tussendoor open, dan loop je het risico dat de taart inzakt. Toch kiezen we voor die openheid en vragen we voortdurend om feedback vanuit de leraren in het land. Tegen iedereen zeg ik: Maak er gebruik van. Discussie betekent ook betrokkenheid. Niet vanuit de houding dat je alles wil vasthouden zoals het is, maar veel meer hoe we het nog beter kunnen doen dan we al doen. Toekomstgericht en voor de leerlingen.’

Wat zou u liefst vandaag nog in het onderwijs willen regelen?
‘Ik zou willen dat vandaag nog alle plekken ingevuld zijn met de juiste mensen en dat er vervanging is bij ziekte. Maar dat toverstokje heb ik helaas niet. De ideale wereld ligt nog ver weg, maar ik probeer er alles aan te doen om zoveel mogelijk in de buurt te komen. Mét de waarborging van kwaliteit en het eigenaarschap van het onderwijs terug bij de leraar. Voor mij is onderwijs een machtig mooie portefeuille. Ik heb er gelukkig voor kunnen zorgen dat het eigenaarschap bij heel veel onderwerpen weer teruggekomen is bij de leraar. Naast salaris heeft dat alles te maken met het waarderen en serieus nemen van de professie. Leraren een rol en een stem geven bij het nemen van belangrijke besluiten. Pak met elkaar die rol, want er kan vaak veel meer dan je denkt. Leraar is een geweldig mooi beroep. Je mag bijdragen aan de vorming van kinderen en jongeren. Er worden wereldprestaties geleverd. Ook als je ziet welke beperkingen sommige kinderen met zich meedragen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat wát er ook gebeurt in het onderwijs, het contact tussen leraar en leerling altijd van groot belang blijft.’

 

 


Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief