Vragen over leergedrag

Klik op de vraag om meteen naar het antwoord te gaan. Staat het antwoord er niet tussen? Stuur je vraag naar info@onderwijsdesk.nl.

Hoe maak ik leerlingen verantwoordelijker voor hun eigen leerproces?

Lotte uit Goes

Onderwijsdesk
Het is voor leerlingen een ontdekking als ze vanuit een vogelperspectief naar hun eigen prestaties en gedrag kijken. Daarvoor hebben ze metacognitieve vaardig­heden nodig. Die kun je hen als docent aanleren. Besteed tijd aan de taakaanpak, monitor die taak en evalueer die taak samen. Begin met de instructie te geven dat leerlingen de taak eerst zelf bestuderen en vervolgens een plan maken. Laat de leerlingen een inschatting maken van hoeveel tijd de taak kost, vraag hen welke hulpmiddelen nodig zijn, welke leerstrategie ze gaan inzetten en wat ze doen als ze vastlopen, de stof niet begrijpen. Tijdens de taakuitvoering weten de leerlingen wat ze moeten doen en hebben ze mogelijk ook oplossingen voor het geval het niet meer loopt. Tijdens de evaluatie ligt de focus op het proces. Wat ging er goed, hoe heb je het opgelost, wat kan volgende keer beter. Doordat je deze en ook andere executieve functies stimuleert, vergroot je ook de motivatie van leerlingen om initiatieven te nemen en zelf aan de slag te gaan.

TIP 1: Laat de leerlingen hun checklist ontwerpen waarbij ze hun eigen taakuitvoering nalopen.

TIP 2: Volg net als vele andere leerkrachten en docenten de cursus Executieve functies.

 
Tips voor faalangst?

Onderwijsdesk
4 VWO’er Eva is een perfectionist en heeft last van faal­angst. Met name voor een toets kan ze niet stoppen met leren, ze denkt iedere keer dat ze de lesstof niet voldoende beheerst. Het gaat ten koste van haar vrije tijd. Onbewust heeft zij zich van alles in het hoofd geprent, belemmerende gedachten die haar functioneren blokkeren en voor veel stress zorgen. Ook blijkt tijdsbewustzijn een lastig iets voor tieners. Als een volwassene al per dag 116 keer op zijn mobiel kijkt, dan doet een tiener dat wel drie keer zoveel. Bekend is dat 13 tot 19-jarigen bijna acht uur per dag besteden aan media. Ongeveer 30 procent van die tijd gaat op WhatsAppen en Snapchatten. Hierdoor komen leerlingen in tijdnood bij het maken van hun huiswerk. Het risico op een burn-out neemt toe onder jongeren vanaf 16 jaar, ook dat is niet verwonderlijk.

TIP 1: Tijdsbewust bezig zijn is belangrijk. Leer leerlingen al vroeg om taak en tijd te koppelen. Geef ze op de basisschool al een kleurenklok en zodra ze klokkijken beheersen, een Time Timer. Voor sommige leerlingen is die van het digibord niet voldoende, zij hebben een timetimer nodig op hun tafeltje.

TIP 2: Stimuleer leerlingen om op een start- en stopteken te werken en te kijken hoeveel sommen of opgaven ze goed hebben. Op deze manier train je leerlingen op een leuke manier om hun verwerkingssnelheid te ver­groten, worden ze vaardiger en ontwikkelen ze gaandeweg zelfvertrouwen, hetgeen juist faalangst voorkomt.

 
Wanneer kan een rekenprobleem duiden op dyscalculie?

Lieke, Almere

Onderwijsdesk
In de kleutergroepen beginnen leerlingen al met het aanleren en oefenen van rekenvaardigheden. Een leerling kan dan al een achterblijvende rekenontwikkeling laten zien. Bij deze leeftijd kan echter nog niet dyscalculie worden vastgesteld aangezien de rekenontwikkeling kan verbeteren door extra ondersteuning. Het onderscheid tussen een rekenprobleem en dyscalculie wordt zichtbaar vanaf het einde van groep 5 of begin groep 6. In dit stadium van de rekenontwikkeling kan de hardnekkigheid en ernst van de achterstand duiden op dyscalculie. Dit betekent dat de leerling ondanks extra hulp en ondersteuning een blijvende achterstand laat zien in zijn rekenontwikkeling.

TIP 1: Documenteer de extra rekenhulp die een leerling krijgt. Dit geeft een indicatie van de hardnekkigheid en ernst van het rekenprobleem of mogelijke dyscalculie.

TIP 2: Meld je aan voor de cursus Begrijp Dyscalculie op zaterdag 21 april a.s. bij de Onderwijsdesk. Onder begeleiding van drs. Marije van Oostendorp krijg je inzicht in processen en oorzaken van rekenproblemen en hoe je daarbij extra ondersteuning kunt bieden.

 
Ik heb soms het gevoel dat ‘de koek op is’. Hoe krijg ik mijn klas dan gemotiveerd aan het werk?

Karin uit Coevorden

Onderwijsdesk
Vroeger dachten we dat het brein alleen maar actief werd op het moment dat je aan een taak begon. Nu weten we dat het brein altijd actief is: overdag, maar ook ’s nachts, als we niets doen, dag­dromen of voor ons uit zitten te staren. Juist als we denken dat ons brein in rust is, is het heel druk bezig. Zodra we echter met een taak beginnen, behoort het rustbrein zijn activiteit te staken en worden die net­werken die nodig zijn voor het uitvoeren van die taken, actief. Het rustbrein organiseert dus je geheugen. Zo wordt tijdens een rustmoment de geleerde kennis opgeslagen en maken de hersenen zich ‘klaar’ voor de volgende les. Na rust kan een leerling zich beter focussen, tot nieuwe ideeën of oplossingen komen en nieuwe informatie makkelijker tot zich nemen. Het is fijn als je als leerkracht je leerlingen af en toe even de ruimte geeft om naar binnen te keren. Meer rust draagt bij aan een betere sfeer in de klas, aan beter kunnen omgaan met diverse emoties. Kinderen ont­wikkelen daardoor een langere concentratieboog en krijgen meer ruimte in hun hoofd om te leren. Je merkt het effect in de klas en de technieken zijn wetenschappelijk onderbouwd.

TIP 3: De cursus Rustmoment in de klas van Wendy de Groot op zaterdag 22 september bij de Onderwijsdesk in Laren is een absolute aanrader. Meer informatie vind je op onderwijsdesk.nl/courses/rustmoment-in-de-klas

 
Hoe benut je de beschikbare leertijd bij kleuters optimaal?

Angela uit Woerden

Onderwijsdesk
Volgens Van der Leij (2017) geven we kleuters pas echt wat zij nodig hebben wanneer wij niet kind volgend lesgeven, maar kind leidend lesgeven. EDI staat voor Expliciete Directe Instructie. Dit is een vorm van instructie waarbij nieuwe lesstof in stappen wordt uitgelegd waarbij het voordoen-, samendoen en nadoenprincipe centraal staat. Je verlaagt niet de lesdoelen maar verhoogt juist de instructiekwaliteit. Door ‘modeling’, ‘scaffolding’ en goede spelbegeleiding schep je een klimaat waarbij kleuters met plezier en succes kunnen leren en werken. En als verrassend bijeffect zie je dat probleemgedrag in de klas wordt teruggedrongen.

TIP 1: Met EDI activeer je voorkennis. Je geeft leerlingen een opdracht die aansluit bij de te geven les, die een beroep doet op de kennis die ze al in huis hebben. Door voorkennis te activeren, komt opgeslagen kennis vanuit het langetermijngeheugen in het werkgeheugen terecht. Je maakt als leerkracht het verband duidelijk met de nieuwe leerstof. Nieuwe lesstof is beter te begrijpen als deze zich vasthaakt aan reeds aanwezige kennis.

TIP 2: Met EDI oefen je ook de techniek hardop denken. Je geeft les door hardop te laten zien hoe jij als leerkracht de opdracht aanpakt. Dit wordt ook wel ‘modellen’ genoemd. Neem bijvoorbeeld een lesje schrijven. De leerkracht stelt stap voor stap vragen aan zichzelf en beantwoordt die vragen ook zelf. Zodoende doet hij de leerlingen eerst voor op welke wijze hij het schrijfschrift voor zich legt, zijn pen vasthoudt, hoe hij het beste op zijn stoel zit en hoe hij wellicht oplossingen voor een bepaald schrijfletterprobleem bedenkt.

TIP 3: Er is een cursus EDI speciaal voor kleuters. Kijk op www.onderwijsdesk.nl


Hoe kan ik de motivatie voor rekenen bij mijn VO-leerlingen vergroten?

Peter uit Malden

Onderwijsdesk
Motivatieproblemen met betrekking tot rekenen zijn niet alleen een knelpunt voor de betreffende leerling zelf, ook de school heeft een probleem. De invloed van de verplichte centrale rekentoets aan het einde van het voortgezet onderwijs en de invloed hiervan op het slagen of zakken, bepaalt het uiteindelijke onderwijsrendement. Wanneer uit TIMSS onderzoek (2011) blijkt dat slechts 32% van de Nederlandse leerlingen aangeeft rekenen leuk te vinden en dit internationaal gezien erg laag is, verdient rekenen ook op het VO extra aandacht. In plaats van de rekenopgaven uit een boek te maken, zou je leerlingen andersoortige opdrachten kunnen geven, die meer rekening houden met hun interesses en drijfveren. Zo kun je leerlingen stimuleren om zelf opgaves bij de lesstof te bedenken, kun je hen uitdagen om spel- en werkvormen zoals een Rekenbingo te maken. Leerlingen raken gemotiveerd wanneer ze een bepaalde autonomie bij het leren ervaren.

TIP 1: Het spel Rondom rekenen is ontworpen door Jordi van Schijndel. Het is een mix van Monopoly en Mens-erger-je-niet. Om het extra spannend te maken, is het spel een strijd tegen de klok, je kunt fiches en bonuskaarten verdienen, maar ook in de gevangenis belanden. Het spel kost €32,50 en is een absolute aanrader.

TIP 2: In de meerdaagse VO-editie Rekenspecialist van Marije van Oostendorp zijn de sleutelwoorden: succesbeleving, motivatie, goede afstemming en actieve deelname. Marije staat bekend als een gerenommeerd expert op het gebied van Rekenproblemen en Dyscalculie.

 
Hoe help ik leerlingen met dyscalculie bij het vak wiskunde?

Marco (docent wiskunde VO) uit Halfweg

Onderwijsdesk
Onder dyscalculie verstaan we hard­nekkige reken- en wiskundeproblemen ondanks een voldoende leerpotentieel. Leerlingen hebben bijvoor­beeld moeite om de rekenkennis die is opgeslagen in het brein op te halen, waardoor onder andere automatiseren lastig is. Zo hebben VO-leerlingen met dyscalculie vaak moeite om tafels uit hun hoofd te leren. Ook ondervinden ze problemen met het toepassen van de opgedane rekenkennis in verschillende situaties. Het oplossen van een ‘kale’ som gaat prima maar wanneer een vergelijkbare berekening wordt gevraagd in een redactiesom, weet de leerling niet meer wat hij of zij moet doen. Ook zie je vaak dat het rekentempo lager ligt dan gemiddeld. Het is begrijpelijk dat kinderen met rekenproblemen op de basisschool al met een angst voor het vak wiskunde starten in het VO.

TIP 1: Probeer het zelfvertrouwen te vergroten door de druk en/of angst voor wiskunde te verminderen. Bijvoorbeeld door het geven van extra tijd, het gebruik van een rekenmachine, van de formulekaart en door een extra herkansing vooraf al in te plannen. Geef complimenten over wat goed gaat en vraag een goede leerling uit de klas om als ‘buddy’ te fungeren voor diegene die extra uitleg en hulp nodig heeft.

TIP 2: Marije van Oostendorp is een gerenommeerd expert op het gebied van rekenproblemen en dyscalculie. Zij geeft praktische adviezen met betrekking tot hoe je de motivatie van de rekenzwakke leerlingen verbetert. Hoe geef je een effectieve instructie? Hoe stel je een handelingsplan op? Haar boek Aan de slag met rekenproblemen sluit aan op het protocol ERWD en biedt passende oplossingen voor leerlingen die extra rekenzorg nodig hebben. Leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, psychologen, ortho­pedagogen, ambulant begeleiders en andere profes­sionals die rekenonderzoek doen of kinderen begeleiden kunnen er direct mee aan de slag.

 

Hoe zorg ik ervoor dat leerlingen geconcentreerd blijven werken op een drukke lesdag?

Christina (VO docent), Leidschendam

Onderwijsdesk
Leerlingen hebben behoefte aan onderbrekingen waarbij hun brein even tot rust kan komen. Bij zo’n moment van ontspanning kan de geleerde stof van het kortetermijngeheugen beklijven en verplaatsen naar het langetermijngeheugen. Na een rustmoment heeft de leerling weer ruimte in het kortetermijngeheugen voor nieuwe lesstof en kunnen zij geconcentreerd verder werken. De hersenen van tieners zijn gevoelig voor beloning, alles wat hen boeit, waar ze plezier aan beleven, wil graag herhaald worden. Ook voor jou is een rustmoment prettig om je brein even wat ontspanning te geven.

TIP 1: Kies een vast moment tijdens het lesuur. Dit zorgt voor gewenning en structureert de les. Plak een post-it op het bord om je aan het rustmoment te herinneren.

TIP 2: Denk aan een ademhalings-, evenwichts-, concentratie- en visualisatieoefening.

TIP 3: Een goede concentratieoefening vlak voor een toets is o.a. de volg-de-klok-oefening. Houd je hoofd stil en volg met je ogen de klok, kijk eerst naar boven, dan naar rechts, links en naar onder. Herhaal dit een paar keer, ook in ander richting.

Hoe krijgt een hoogbegaafde leerling voldoende uitdaging?

Imke uit Giethoorn

Onderwijsdesk
HB-leerlingen (IQ > 130) zijn vaak uiterst gemotiveerd als ze hun passie voor techniek, ruimtevaart of voor wellicht paleontologie kunnen uitleven. Moeten ze echter hun dagelijkse taken maken, dan zoeken ze afleiding, dromen ze weg of zijn ze een stoorzender in de klas. Wanneer ze hun werk niet af hebben, kun je het ook niet aftekenen en is het begrijpelijk dat je hen ook geen extra opdrachten geeft. Hij moet toch eerst maar eens laten zien dat hij de basisstof beheerst, denk je dan. Voor HB-leerlingen is zowel uitdaging en verrijking op inhoudelijk vlak, als respect en erkenning op persoonlijk vlak belangrijk. Veel HB-leerlingen hebben moeite om vragen te stellen. In hun ogen weet een slim kind zijn sommen goed te maken, zonder vragen te stellen. Sommige kinderen worden onzeker en zijn bang om te falen, anderen leggen de lat zo hoog, dat ze echt van slag zijn als ze een onvoldoende halen. Is een leerling ook sensitief van aard, dan kan het zich niet begrepen voelen wat kan leiden tot eenzaamheid, depressiviteit en soms tot algehele onverschilligheid t.o.v. school.

TIP 1: Help een leerling zijn leervermogen op te bouwen. Zoek situaties waarbij leerlingen minder zeker zijn van een goede prestatie. Fouten maken mag en hoort erbij. Richt op uitdagingen in plaats van uitblinken.

TIP 2: Let op de complimenten die je geeft. Probeer niet zozeer het resultaat maar juist de moeite en het harde werken te complimenteren. Zo stimuleer je een growth mindset en voorkom je een fixed mindset.

TIP 3: de Onderwijsdesk verzorgt de cursus Begrijp Hoogbegaafdheid. De cursus biedt informatie over alle kenmerken van HB én praktische tools en tips m.b.t. de onderwijsbehoeften en begeleiding van de hoogbegaafde leerlingen.


Hoe ga ik om met zwakke en sterke rekenaars in mijn klas?

Loek uit Rotterdam

Onderwijsdesk
Iedereen kan leren rekenen. Het gaat erom het talent in kinderen zo aan te boren dat ze kunnen groeien. Dat doe je niet door kinderen op niveau in te delen en los te koppelen van het groepsaanbod. Door heterogeen te groeperen stimuleer je het gezamenlijk leren en zien zwakke rekenaars ook positieve voorbeelden van de gemiddelde en sterke rekenaars. Uit onderzoek van Rosenthal & Jacobson is gebleken dat juist de hoge verwachtingen, meer leerstof, meer beurten, meer feedback en meer interactie met de leerkracht leerlingen beter doen presteren. Afhankelijk van de verwachtingen van de leerkracht ontstaat er een succescirkel of faalcirkel.

TIP 1: Bied zwakke rekenaars dezelfde leerdoelen als de sterke rekenaars, tipt Marcel Schmeier, onderwijsadviseur taal en rekenen. Geef hen groepsinstructie en vervolgens verlengde instructie, zodat ook zij succeservaringen kunnen behalen.

TIP 2: Meld je aan voor de cursus Effectief Rekenonderwijs. De training breekt met de uitgangspunten van het realistisch rekenonderwijs en zet daar een gefundeerd en inspirerend alternatief met praktische tools tegenover. Bedoeld voor professionals werkzaam in het PO.

 
Heb je tips om leerlingen te motiveren?

Peter uit Rotterdam

Onderwijsdesk
Om de intrinsieke motivatie van leerlingen te vergroten, kun je aansluiten bij drie basisbehoeften. Bovenaan staat competentie. Gebruik zinnen als ‘het gaat je lukken om...’ Geef je leerlingen het gevoel dat ze het kunnen, dan beginnen ze met meer vertrouwen aan de opdracht. De tweede basisbehoefte is autonomie. Vraag een leerling wat hij denkt van de opdracht te kunnen leren, complimenteer met de wijze waarop hij zich verantwoordelijk voelt voor het maken van bijvoorbeeld het werkstuk. En tot slot is er de verbondenheid: erbij horen is het állerbelangrijkste! Zorg dus met kringgesprekken voor een TOPsfeer in de klas, waarbij iedereen naar elkaar luistert en zich vrij voelt om zijn mening te geven.


Wat doe je als een leerling onderpresteert?

Anneke uit Haarlem

Onderwijsdesk
Presteert een leerling niet zoals verwacht, dan zou een gesprek en een onderzoek naar de leerpotentie van de leerling ons eerste advies zijn. Kinderen blijken vaak de benodigde capaciteiten te hebben, maar maken slordigheidsfouten, missen de start van de instructie, hebben zwakke executieve functies of willen net zo snel als anderen klaar zijn met hun werk.

TIP 1: Met een psychologisch onderzoek krijg je een goed inzicht in alle kwaliteiten en competenties van een leerling, ook op sociaal en emotioneel gebied. Je ziet ook welke executieve functies goed ontwikkeld zijn en welke minder.

TIP 2: Gebruik feedup (zeg vooraf duidelijk wat je moet doen), feedback (waar sta je nu?) en feedforward (welke stappen moet je nog ondernemen om verder te komen?).

TIP 3: Een checklist of een werkbrief is een uitkomst voor die leerling die moeite heeft om tot prestaties te komen. Het leert een leerling stap voor stap van het begin- tot het eindpunt wat hij moet doen om de taak goed te volbrengen.

TIP 4: De cursus Executieve Functies geeft uitleg over de executieve functies, hun bijdrage tot schoolsucces en praktische tips voor in de klas. Van werkgeheugen en taakinitiatie tot metacognitie.


Wat zijn executieve functies?

Isabelle uit Soesterberg

Onderwijsdesk
Executieve functies zijn hersenfuncties die ervoor zorgen dat we zelfstandig, efficiënt gedrag uitvoeren. Ze spelen een rol bij plannen en organiseren, het remmen van impulsen (inhibitie), emotieregulatie, gedragsevaluatie, bij flexibel reageren en bij het gebruikmaken van je werkgeheugen. De executieve functies ontwikkelen zich bij iedere leerling naar aanleg en in eigen tempo. Uit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling ervan doorgaat tot ongeveer 21 jaar. Wanneer de executieve functies zwak of nog niet volgroeid zijn, kunnen leerlingen gemakkelijk snel afgeleid zijn, hun taken niet op tijd afronden, gegeven informatie vergeten of plotseling op je vraag ongepast reageren in de klas. Deze executieve functies bepalen in hoge mate het schoolsucces. Zelfsturing, plannen en organiseren kun je oefenen.

TIP 1: Stimuleer leerlingen met zwakke executieve functies om actief mee te doen tijdens je instructie. Laat ze aantekeningen maken tijdens je instructie, vraag leerlingen om belangrijke onderdelen van de instructie te herhalen of deze aan elkaar uit te leggen en doe samen een proefopdracht. Ook werkt het goed als je de instructie in de vorm van een beknopt stappenplan of checklist op het bord samenvat.

TIP 2: Besteed tijdens je instructie aandacht aan het proces. Wat heb je nodig om de opdracht goed te maken? Begrijp je stap 1 en wat wordt stap 2? Benadruk tijdens de evaluatie van de les ook weer het proces zoals: Kon je snel beginnen, hoe kwam dat? Kon je je concentreren, hoe lukte dat? Wat kan er nog beter? Door samen vooruit en terug te blikken, train je executieve functies.

 
Wat adviseer je wanneer een hoogbegaafde leerling beneden gemiddelde prestaties haalt?

Michelle, Maastricht

Onderwijsdesk
De vereniging Mensa, een wereldwijde organisatie van hoogbegaafden, schat dat 2 procent van de bevolking hoogbegaafd is. Dat betekent dat er in Nederland ca. 330.000 mensen hoogbegaafd zijn. Doorgaans spreken we van hoogbegaafdheid bij een IQ van 130 of hoger. Hoogbegaafde leerlingen hebben een potentiële aanleg om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Dit leerpotentieel moet echter wel gestimuleerd worden. En daar gaat het weleens mis. Veel hoogbegaafde leerlingen lopen o.a. vast op het VO omdat ze op de basisschool onvoldoende geleerd hebben om te leren. De lesstof ging hen gemakkelijk af waardoor ze weinig tot geen leerstrategieën hebben ontwikkeld. In het VO kunnen hoogbegaafden de feitelijk te leren lesstof saai vinden, zij zijn liever creatief bezig, willen misschien complexe problemen oplossen of debateren/filosoferen graag over de geboden lesstof. Verveling is vaak de oorzaak van een niet gemotiveerde hoogbegaafde leerling.

TIP 1: Bied uitdagende lesstof aan, zodat de leerling uit zijn/haar comfortzone moét komen. Leer hoogbegaafden onafhankelijke studievaardigheden aan, zodat de afhankelijkheid van jou als docent vermindert. Geef inzicht in wat de leerling kan ontwikkelen en help bij het aanleren hiervan. Zo zorg je er onder andere voor dat de leerling meer zelfinzicht krijgt en zijn/haar zelfvertrouwen tevens versterkt wordt.


Hoe stimuleer je kinderen van een fixed mindset naar een groei-mindset?

Remco uit Leeuwarden

Onderwijsdesk
Als volwassenen zijn we geneigd om te kiezen voor de gebaande paden. Het bekende en vertrouwde. Uitdagingen gaan veelal gepaard met onzekerheid en gedachten als: dat kan een ander beter of dat lukt me niet. Op zo’n moment bevind je je in een zogeheten leerkuil. Zet je deze vervelende gedachten opzij en ga je de uitdaging aan, dan verrijk je jezelf. Je probeert, je oefent, je leert! Je leerlingen doen dit dagelijks. Ze gaan met hulp van jouw uitdagingen aan en verrijken zichzelf. Ze leren strategieën om probleemoplossend te werken. Kinderen bouwen aan hun zelfvertrouwen als iets lukt en verzinnen alternatieven wanneer iets niet loopt zoals de bedoeling is. Wees je bewust van het proces van een leerkuil. Moedig je leerlingen aan, erken de gevoelens die met uitdagingen gepaard gaan en vier samen het succes! Blik ook eens terug. ‘Hoe is het je gelukt om…’, ‘Wat was jouw beste fout’ of ‘Wat zou jij de volgende keer anders doen?’ Gewoon om te benadrukken dat het niet vanzelf gaat, maar er lef, doorzettingsvermogen en oefening aan te pas komt. Nieuwsgierig geworden naar een groeimindset? Volg de cursus Mindset bij de Onderwijsdesk.


Hoe kan ik het hoofdrekenen extra stimuleren?

Jeroen, groep 6 uit Hengelo

Onderwijsdesk
Hoofdrekenen vergt vaardigheden zoals uit je hoofd kúnnen rekenen en handig rekenen. Hoe je handig kunt rekenen, hangt af van de getallen in de uit te rekenen som. Leer leerlingen naar getallen te kijken en daarna te beslissen hoe ze eenvoudig de opgave kunnen uitrekenen. Door met elkaar de manier van oplossen te bespreken, worden leerlingen vaardiger in het oplossen van sommen uit hun hoofd. Ze leren flexibel diverse oplosstrategieën in te zetten.

TIP 1: Geef leerlingen een kassabon en haal het totaal­bedrag weg zodat de leerlingen uitgedaagd worden om het antwoord op een handige manier uit te reke­nen. Laat ze hun berekening in het groepje bespreken en onderling vergelijken.

TIP 2: Leer leerlingen maten/afstand inschatten en vergelijken met de berekening. Laat ze voorwerpen in de klas opmeten. Geef vervolgens bijvoorbeeld de op­dracht: Reken uit hoeveel tafels er in dit klaslokaal passen?

TIP 3: Doe mee aan de Week van het geld. Voor het PO, VO en het MBO en thuis vind je veel informatie via weekvanhetgeld.nl

TIP 4: Kijk op onderwijsdesk.nl, daar vind je twee topcursussen van gerenommeerde experts. Zo is er de cursus Effectief Rekenonderwijs en de zesdaagse cursus Rekenspecialist.


Wat zijn de kenmerken van DCD en hoe kan ik dit herkennen in de klas?

Saskia uit Veenendaal (groep 3)

Onderwijsdesk
Developmental Coordination Disorder (DCD) is een motorische coördinatiestoornis waarbij kinderen achterlopen in de ontwikkeling van motori­sche vaardigheden en moeite hebben met de coördinatie van bewegingen. Hierdoor kosten alledaagse handelingen zoals lopen, sporten, schrijven of knippen een kind veel meer moeite dan leeftijdsgenoten. Kinderen kunnen daardoor niet goed meekomen op school en lopen achter met hun werk. Sommigen hebben moeite met horen, zien en begrijpen van wat er in de omgeving gebeurt. In iedere groep zou één of meerdere leerlingen met DCD kunnen zitten. De diag­nose DCD kan alleen gesteld worden door een daarvoor geschoolde arts vanaf ongeveer het vijfde jaar. Voor kinderen met DCD is het veelal lastig om te voldoen aan de verwachtingen en aan de vanzelfsprekendheid van dagelijkse activiteiten. Zij ontvangen hierdoor vaak ne­gatieve feedback, voelen zich minder competent dan anderen en hebben veelal een lager zelfbeeld. Het is voor kinderen met DCD belangrijk dat de leerkracht gelooft in de capaciteiten van de leerling en zich hier­over regelmatig uitspreekt.

TIP: Geef hen meer tijd voor een taak en leg nieuwe vaar­digheden of opdrachten in stappen uit. Maak deze stappen ook visueel en wijs hen op de volgorde van de stappen.

 
Wat is precies een taalontwikkelingsstoornis?

Martijn uit Vlissingen (groep 8)

Onderwijsdesk
Leerlingen met TOS (taalontwikkelingsstoornis) horen meestal goed en hebben een normale intelligentie. Ze leren hun moedertaal echter langzaam, hebben moeite met de grammatica en kunnen klanken en woorden moeilijk onthouden. Ze vinden omgaan met emoties lastig. TOS wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische- en omgevingsfactoren. Uitgaande van een prevalentie van 7 procent zijn er ongeveer 13.000 vijfjarige kinderen met TOS en ruim 195.000 kinderen tot 15 jaar met TOS (CBS, 2016). TOS komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

TIP: Kijk voor de TOS cursus op Onderwijsdesk.nl.


Hoe geef je inhoud aan een leerlijn digitale geletterdheid in het PO?

Menno uit Zutphen

Onderwijsdesk
Digitale geletterdheid wordt opgenomen in het nieuwe curriculum van het primair onderwijs. Maar wat is digitale geletterdheid precies? En hoe kun je een goede invulling geven aan een leerlijn digitale geletterdheid op jouw school als leerkrachten onbekend zijn met het onderwerp? In de cursus digitale geletterdheid van Bomberbot wordt antwoord gegeven op deze vragen. Het is de missie van Bomberbot alle kinderen de mogelijkheid te bieden onmisbare 21ste eeuwse vaardigheden te ontwikkelen die ze klaarstomen voor de toekomst. In de cursus wordt aandacht besteed aan de vier vaardigheden van digitale geletterdheid: ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, conceptual thinking en informatievaardigheden. Benieuwd naar hoe jullie op school op een goede manier invulling kunnen geven aan digitale geletterdheid? Schrijf je in voor de cursus Digitale geletterdheid.

Heb jij een vraag voor de Onderwijsdesk?
Mail naar info@onderwijsdesk.nl


Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief