Meester Stefan blogt: What’s in a name

Een van de steeds terugkerende thema’s voor leerlingen uit de tweede en soms zelfs derde klas bij ons op school is de handtekening. Ze komen vaak voor het eerst in aanraking met situaties waarin je een handtekening goed zou kunnen gebruiken, bijvoorbeeld het tekenen van hun eerste arbeidsovereenkomst of het verkrijgen van een bankpasje. Hoogste tijd om er eentje te ontwikkelen dus.

Erina uit mijn klas had er laatst een mooie anekdote over, die ze lachend met ons deelde tijdens de les.

‘Luister meneer, ik was dus alleen thuis en toen ging de bel en stond er een bezorger voor de deur.’

Ik: ‘Oké, en wat gebeurde er toen?’

‘Nou ehh, het was een pakketje voor mijn moeder en de bezorger vroeg of ik wilde tekenen. Hahaha, ik werd toen rood joh! "Ik heb helemaal geen handtekening", zei ik. Toen zei hij: "Zet maar een kruisje dan", wat schamend was dat zeg.’

Er wordt smakelijk om haar verhaal gelachen, niet in de laatste plaats door mij natuurlijk.

Ik grijp de situatie aan om verder te praten over het ontwikkelen van een handtekening. Dat ik hem zelf vroeger gedeeltelijk heb afgekeken van mijn vader. Dat de leerlingen erbij waren toen ik hem acht maanden geleden zelf nodig had bij een van de belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven: het tekenen van mijn huwelijksakte in het stadshuis in Haarlem. Mijn twee initialen door elkaar heen, de achternaam voluit erachteraan en dan een sierlijke streep eronderdoor.

Ik doe mijn handtekening voor op het bord.  

Dan zegt Jaap: ‘Meneer, die S is natuurlijk van Stefan, maar waar staat die M eigenlijk voor?’

Ik doe een poging om dit stukje privacy te behouden. ‘Dat gaat jullie dus even lekker niks aan jongens.’

Er wordt geraden. Iemand roept: ‘Mark?’ Een ander roept: ‘Maarten?’

‘Nee hoor, dat komen jullie niet te weten. Snel ga ik over naar het oefengedeelte van dit vermakelijke kwartiertje. Alle leerlingen krijgen een blaadje om hun eigen handtekening te ontwikkelen, dan wel te perfectioneren.

Wat de leerlingen dus niet weten, is dat mijn tweede naam Maria is. Mijn broertje en mijn vier zussen hebben ook Maria als tweede naam. Dat was vroeger een goede gewoonte in katholieke gezinnen. Ik heb er geen last van uiteraard, maar om dat nou even haarfijn uit te leggen aan de klas, nee. Bovendien is het best grappig om op het moment dat leerlingen zoiets willen weten de waarheid lekker in het midden te laten. Heerlijk!

Net op het moment dat ik het hele onderwerp wil afronden en door wil met de les, komt Eva met een voor mij onaangename verrassing. Eva, een wat stille leerling, zit voor in de klas en is gezegend met een ‘voor in het praktijkonderwijs geldende maatstaven’ bovengemiddelde opmerkingsgave. Niks ontgaat haar, auditief sterk en als ze iets zegt is het raak.

‘Meneer, uw tweede naam is toch Maria?’

Verbouwereerd kijk ik haar aan, ontkennen heeft geen zin meer. ‘Eh, ja dat klopt. Hoe kom je daar nou weer bij, Eva?’

‘Gewoon, gehoord op uw bruiloft, meneer.’

De ceremonie. Ik had het kunnen weten.

Meester Stefan
(docent in het Praktijkonderwijs)

 


Reacties niet mogelijk

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief